Zaterdag en zondag is het weer Nationaal Museumweekend 2006. Voor de eerste keer doet de Olympic Experience mee, het enige museum met een middenstip. Sportcartoonist Dik Bruynesteyn vertelt daar over zijn werk, net als Urta Rozenstruik. Er zijn ook extra rondleidingen door het Stadion.

Het Olympisch Stadion is één van de 500 instellingen, dat meedoet aan het Museumweekend. Het wordt voor 25e keer gehouden met als thema Kunst van het Weten. In het Olympisch Stadion betekent dat dus de kunst van de sport. Speciaal hiervoor is een aantal sprekers benaderd, dat in de kleedkamers van het Stadion een verhaal gaat vertellen – op dezelfde plek als waar spelers van Oranje hun shirt aantrokken en waar Pierre van Hooijdonk nog niet zo lang geleden gruwelijk zijn hoofd stootte.

Behalve Bruynesteyn en Urta Rozenstruik zijn er ook twee sporthistorici die langskomen, Allereerst Ton Bijkerk en ook ondergetekende heeft de eer in die kleedkamer het woord te voeren. Bijkerk zal een verhaal houden over de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Ikzelf ben nog aan het nadenken.

Ook zijn er twee rondleidingen per dag, in plaats van één, die worden gegeven door mensen met een directe betrokkenheid met het Stadion. Die beginnen om 12 en 14 uur en duren ieder ongeveer een half uur. De toegangsprijs voor de Olympic Experience is dat weekend lager dan normaal.

In de kleedkamer wordt voor de rest van de tijd een film vertoond van de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam.