Biografie Rini Wagtmans

Komende donderdag is de officiële presentatie van de biografie van Rini Wagtmans, geschreven door Peter Ouwerkerk. Het boek ligt overigens al in de winkel. Op NU.nl alvast een voorpublicatie. Foto’s erbij?

Uit Hoofdstuk 12:

En dan: de Olympische Spelen, van tevoren bepaald eindstation voor bondscoach Rini Wagtmans, maar hij wil er wel scoren.

De Amerikanen boycotten Moskou 1980 vanwege Afghanistan, tientallen landen volgen, Nederland doet het half-half. De helft gaat, de andere helft blijft thuis. De wielrenners gaan.

In het Olympisch Dorp praat Rini Wagtmans met de Nederlandse Olympische wielerploeg na over hun dag. Adrie van der Poel, Guus Bierings, Jacques Hanegraaf, Theo Hogervorst, Peter Winnen, Johnny Broers, Jacques van Meer en Egbert Koersen willen wel eens een lekker stukje trainen. Zij springen op hun fiets, auto met begeleiding erachter en zij trekken de wijde wereld in.

Dat kan overal, behalve in Moskou 1980. 'Terug!' Verstaan doen renners en politie elkaar niet, maar Oranje beseft dat het langste stuk training er alweer opzit. 'Waarom?' is later de vraag. 'Omdat daar rare mensen wonen,' luidt het antwoord. Mensen die niet gezien mogen worden. Ze zouden eens wijzer worden dan nuttig is voor de Breznjev-nomenklatura. Onder politiebegeleiding worden de renners teruggebracht naar het Olympisch Dorp.

Toerisme dan maar, je bent in Moskou of niet. Het Rode Plein, het Kremlin, het Lenin Mausoleum. Onmetelijk is de rij, de wegrenners schuiven aan, maar stappen er ook weer uit. En worden uitgefloten. Wagtmans: 'We moesten nog tweehonderd meter, maar we hadden al anderhalf uur gestaan. Dat is niet goed voor een coureur. Ik zeg: kom, we gaan weg, die man die ligt daar nog wel een paar jaar. Had je die Russen moeten horen - een gejoel, een gefluit!'

Het zijn vreemde Spelen.

Wat Rini Wagtmans en zijn wielrenners te zoeken hebben in Moskou dat vraagt menigeen zich af. Het Krylatskoje-parkoers schijnt verschrikkelijk te zijn; daar kunnen niet anders dan geroutineerde thuisrijders de rest aan gort rijden. Wagtmans' 100 kilometerploeg oogt minder strak dan die van het WK 1978 - Hanegraaf, Hogervorst, Bierings en Van der Poel: goud -, maar in de training doen ze het toch nog verrassend goed. Individueel hoopt Wagtmans op een uitschieter van Van der Poel of Winnen. 'Hoewel, je moet hier opboksen tegen geprepareerde, oudere staatsamateurs.'

Het wordt een debacle voor Nederland. Kansloos met een grote K. Van der Poel is nog zevende, maar finisht op 8.26 minuut van de ongenaakbare Sovjetrus Soekhoroetsjenko. De tijdritploeg noteert de zestiende tijd, op 8.56 minuut van de Sovjet-Unie. Het is een Olympisch optreden om heel snel te vergeten.

Of juist een om nooit te vergeten. Wagtmans zucht. De nare herinnering wil maar niet verdwijnen.

'Het begon al met Jacques Hanegraaf. Ik zit in het grote restaurant, ineens een stem over de intercom, in het Engels, of Mister Wagtmans as soon as possible naar het appartement wil komen, as soon as possible, please! De coureurs zijn op de kamers; de NOC-arts zou komen. En die dokter komt met een pikuur. Maar Hanegraaf wilde geen pikuur. Een pikuur, zei die dokter, of je gaat naar huis.'

'Hanegraaf eiste mij erbij. Als hij geen pikuur wil, krijgt hij geen pikuur, zei ik, Hanegraaf rijdt naturel. Anders moet ie naar huis? Dat zal ik eens aan mijn vrienden van De Telegraaf vertellen, zullen we eens zien wie er naar huis moet.'

Hanegraaf krijgt geen pikuur. 'Hij is mij er tot vandaag dankbaar voor.'

Dat was één.

Het tweede incident komt van buitenaf. Denkt Wagtmans.

'Op de training hadden de tijdrijders nog binnen de twee uur gereden. Met hun trainingskleren aan. In de wedstrijd kwamen ze uit op twee uur tien.'

Ineens is iedereen ziek.

'We verbleven in een soort appartementsgebouw in het Olympisch Dorp, drie of vier kamers waren voor ons en op iedere kamer lagen twee of drie zieke mensen. Keelontsteking, loopneuzen, een soort bronchitis. Wij dachten dat het door de airconditioning kwam.'

Als Wagtmans het vooraf-excuus aan de media wil vertellen, krijgt hij van het NOC een spreekverbod. Het tweede al in korte tijd. Want ook over Hanegraaf moest hij er het zwijgen toe doen.

'Een spreekverbod? Ja, een spreekverbod! Maar waarom? Daarom. Als het niet gaat, gaat het niet, maar asjeblieft geen verdachtmakingen. Dat zei de chef de mission, Bram Leeuwenhoek. Tachtig percent van mijn renners zomaar ineens smoorziek met koorts op bed - hoe kon dat toch!? Ineens wist ik het zeker: wij waren gevaarlijke klanten, wij waren in 1978 al wereldkampioen geworden, wij hadden een verrekt goeie tijd gereden in de training, wij moesten worden geëlimineerd.'

Hij maakt het helder: 'Ik verdenk de Russen ervan dat ze via de airconditioning bepaalde bacteriën bij ons naar binnen hebben gebracht. Bewust. Want hoe kan het anders gebeuren? Wij mankeerden niks toen wij ernaartoe gingen, en ineens was driekwart ziek.'

‘Ongekend, Rini Wagtmans van straatjongen tot ridder’. Een verhalende, biografische zedenschets over het leven van de oud- wielrenner/bondscoach/organisator/ondernemer/politicus Rini Wagtmans (geb. Sint Willebrord). Auteur: Peter Ouwerkerk, Uitg. De Geus, 416 blz hardcover, met niet eerder gepubliceerde foto’s, prijs: €19,90. ISBN: 9044507745

Tip de redactie