Han Hollander was niet de eerste

Nooit verwacht dat ik Han Hollander een sportscaster zou noemen, maar volgens loglega Micha Peters doen Amerikanen dat. En wat is dat dan? Wel, een sportscaster is een radio- of televisieverslaggever die gespecialiseerd is in het live verslaan van sportevenementen. En Han Hollander was niet de eerste in Nederland! Foto’s erbij?

Han Hollander zou op 11 maart 1928 de eerste Nederlandse radioverslaggever zijn geweest. Dat was voor de AVRO tijdens de voetbalinterland Nederland-België. Maar dit is onjuist. Ad van Emmenes herinnerde zich namelijk iets anders in een boek over de Nederlandse sportjournalistiek.

Op 12 juni 1927 werd Denemarken-Nederland gespeeld. Op de radio verklaarde die dag compleet onverwacht een onbekende mannenstem dat hij een telegram van de hoofdconsul van de Voetbalbond had ontvangen en dat bondsofficial Herberts om de vijf minuten voor de microfoon zou spreken.

“Hilversum zal voor doorzending zorgdragen en dan, zo nodig, de Hawaianmuziek stopzetten,” aldus de stem. En er volgde een mysterieus verslag in een soort mengelmoes van Deens, Boerenfries en Noordduits. Die stem was niet van Herberts, maar van Willem Vogt van de AVRO. Hij leverde die dag een bijdrage aan een experimentele radio-uitzending.

‘Als experiment was het toch wel aardig,’ meende Van Emmenes, ‘en het was in ieder geval al een heel ding dat we vóór vier uur de uitslag al wisten.’ Vogt is daarmee dus de eerste Nederlandse radiosportjournalist geweest. Jammer voor Hollander, maar het is nu eenmaal zo.

Vogt en Van Emmenes

De relatie tussen de AVRO-directeur en de sportjournalist is uiterst treurig beëindigd. Vogt had hoogstpersoonlijk Van Emmenes naar de AVRO gehaald en werd één van zijn beroemdste medewerkers. Helaas moet ik nu opmerken dat Hollander joods was en dan voel je de bui al hangen.

Al vroeg in de jaren dertig was Vogt voorstander van een sterke staat, met het Italië van Mussolini als voorbeeld. Met terugwerkende kracht klinkt dat overigens heftiger dan het toentertijd was, maar toch. In ieder geval was hij niet de enige, want ook de beroemde sportjournalist Joris van den Bergh liet zich in die jaren lovend uit over, in dit geval, Adolf Hitler. Noem het de tijdsgeest.

Waarbij ik nogmaals meld: in 1933 wist niemand dat er een Tweede Wereldoorlog en een Holocaust in de lucht hingen en in Nederland al helemaal niet.

Na de Duitse inval van 1940 was Vogt politiek gezien snel aangepast. Zoals het Biografisch Woordenboek van Nederland meldt: ‘Op 15 mei 1940 werd de studio door de Duitsers bezet. Vogt trachtte door middel van een later door hem genoemde houding van slikken en schikken de AVRO nog te redden, echter tevergeefs.’ Het komt erop neer dat de AVRO al heel snel zich had aangepast aan de nieuwe omstandigheden en dat een joods iemand als Hollander maar iets anders moest gaan doen.

En ook hier zitten we midden in de tijdgeest, want de inval bracht zoveel verwarring in dit land dat hardop discussie werd gevoerd of Nederland zich maar moest aanpassen aan de nieuwe politieke situatie. Oud-premier Hendrikus Colijn bracht daarom de brochure Op de grens van twee werelden uit, waarin staat dat – leuk of niet – de verhoudingen zo enorm waren veranderd dat er niets anders opzat dan erkennen dat Duitsland de heersende macht is. Die brochure staat in mijn kast, alhoewel ik die nu even niet zo snel kan vinden.

Hoe dan ook: Han Hollander lag eruit bij de AVRO en mocht zijn eigen boontjes doppen. In 1943 is hij met zijn echtgenote en dochter vermoord in concentratiekamp Sobibor. Extra tragisch hierbij is dat Hollander meende geen gevaar te lopen, omdat hij in 1936 op de Olympische Spelen in Berlijn was, waar hij een door Hitler ondertekende herinnering had gekregen. De verslaggever was er heilig van overtuigd dat die hem zou redden van vervolging en dook daarom nooit onder – alle waarschuwingen ten spijt.

De geschiedenis is helaas meestal wreder dan wat mensen kunnen verzinnen.

Nawoord Op 22 april 1956 was de onthulling van een plaquette voor Han Hollander in het Olympisch Stadion. Het is de herinnering aan zijn verslag uit 1928, dat dus niet het eerste was. Deze hangt nu in de Radiokamer, boven de Marathonpoort. Snel rekenen leert dat de plaquette volgende maand dus een halve eeuw oud is. Daar moesten we in het Olympisch Stadion maar eens iets mee gaan doen.

Tip de redactie