Dit weekend stond Feyenoord - Ajax weer op het programma, ofwel De Klassieker. In 1921 werd deze voor de eerste keer gespeeld.Er gebeurde veel, zoals supportersgeweld en onderlinge ruzies. Juist daardoor werden zowel Ajax als Feyenoord gedwongen een groter stadion te bouwen. De Kuip, De Meer en de Arena hebben allemaal een directe link met De Klassieker. Een overzicht, indien gewenst ook met foto's.

De eerste keer dat Rotterdammers en Amsterdammers elkaar op het voetbalveld tegenkwamen was in 1887. 'Op zondag 27 nov. a.s.', kondigde het Rotterdamsch Nieuwsblad aan, 'houdt de Rotterdamse cricket- en voetbalclub Concordia een voetbalwedstrijd met de Amsterdamse voetbalvereniging op haar cricketveld te Feijenoord.'

De toegang was nog gewoon gratis - het was pas in 1893 toen het eveneens Rotterdamse Sparta voor het eerst geld vroeg voor een kaartje - en ongeveer vijfhonderd mensen stonden langs de lijn. Ze waren getuige van een 1-1 gelijkspel. Op 26 december in dat jaar werd in Amsterdam de return gespeeld, die de thuisploeg met 1-0 won. Ajax en Feyenoord speelden voor de eerste keer tegen elkaar op 9 oktober 1921.

Soms werd het publiek te enthousiast en moest in bedwang worden gehouden. Op 9 april 1928 bijvoorbeeld was de belangstelling in Amsterdam zo groot dat duizenden mensen zich verdrongen voor de poorten en de overdekte tribune daardoor uiteindelijk in elkaar zakte. Enkele honderden mensen maakten van deze verwarring gebruik en verkregen toegang zonder te betalen. Hetzelfde gold in Rotterdam op 1 mei 1932, waar de politie ingreep na een bestorming van de ingangen en de tribunes.

Op 11 november 1934 was het weer een drukte van belang bij Ajax. De Amsterdamse toeschouwers wilden niet alleen Feyenoord zien, maar stroomden tevens toe omdat het de laatste wedstrijd was in het oude Ajax-stadion. De volgende halte was Stadion De Meer.

Supporters

Het is opvallend welke rol supporters tijdens de Klassieker gespeeld hebben in de ontwikkeling van de stadions van Ajax en Feyenoord. Waar het treffen in 1934 de laatste ontmoeting was in het 'oude-oude' Ajax-stadion, besloot het Feyenoord-bestuur in 1935 tot het bouwen van een noodtribune voor 10.000 mensen op het terrein aan de Kromme Zandweg vanwege de verwachte toestroom voor de topper op 10 maart.

'Zie maar hoe je het doet', zei Feyenoord-voorzitter Leen van Zandvliet een week voor de wedstrijd tegen de sputterende aannemer Van Eesteren, 'als het er zondag maar staat.' Inderdaad slaagde de aannemer erin, maar het betekende wel een eenmalige verhoging van de toegangsprijs, waar vooral Ajax boos over was en duizend kaarten terugstuurde.

Onterecht, aldus de Rotterdammers, want anders hadden veel minder mensen de wedstrijd kunnen zien. Daarnaast was het een extra bewijs dat een nieuw en vooral groter stadion vereist was. Twee jaar later was de Kuip een feit.

Supporters hadden ook een negatieve uitwerking op een stadion. Het absolute dieptepunt was de Ajax-Feyenoord van 27 september 1989. Daarvoor waren drie inwoners uit Schiedam verantwoordelijk, die vanuit het Feyenoord-vak twee fragmentatiebommen gooiden naar het nabijgelegen vak P. Veertien gewonden waren het gevolg, waarvan ��n zeer ernstig met een slagaderlijke bloeding.

Tijdens de persconferentie naderhand speelde de wedstrijd geen rol meer, en was het nota bene politiewoordvoerder Klaas Wilting die deze voetbalbijeenkomst opende. Bestuurslid Arie van Os trok die middag zijn conclusies: 'Ons stadion is anno 1989 niet meer geschikt om betaald voetbal in te spelen.' Het aantal staanplaatsen werd daarna verminderd en bij de twee middenvakken van de staantribunes werden hekken geplaatst.

Op die 27e september bezocht Feyenoord voor de laatste maal stadion De Meer, omdat daarna gekozen werd voor het Olympisch Stadion en vanaf 1996 voor de Amsterdam ArenA.