De Amerikaanse schaatser Shani Davis heeft geen kans meer om nu al olympische geschiedenis te schrijven. Als hij zich had gekwalificeerd voor de shorttrack was hij de eerste sporter geweest die op één editie van de Olympische Winterspelen aan twee verschillende disciplines meedoet. Maar toch gebeurt rond hem iets speciaals, schrijf ik in het boek De Blokjeslegger van Turijn. Want daar zou ik nog op terugkomen, had ik eerder gezegd.

In de Verenigde Staten wordt erg veel verwacht van Davis op de Olympische Spelen. Andy Gabel, voorzitter van U.S. Speedskating, zei al in februari dit jaar: “Ik zou verbijsterd zijn als hij niet met minimaal twee medailles op de lange baan Turijn verlaat. Eén daarvan moet goud zijn en misschien wint hij zelfs vier medailles in totaal.”

Foske Tamar van der Wal

Ambities dus, ongeacht dat Davis niet mag meedoen aan de olympische shorttrack. Foske Tamar van der Wal weet uit eigen ervaring hoe het is om de langebaan te combineren met shorttrack en skeeleren – en dat al van jongs af. Toen ik haar belde om te vragen wat ze van Davis vond, begon ze meteen over de bochten: “Dat doet hij erg goed en daaraan zie je meteen dat hij een shorttracker is. Op de rechte stukken pakt hij zijn rust. Zowel op de korte afstand als bij 5.000 en 10.000 meter kan hij hier extra voordeel uit halen. En hij heeft door shorttrack geen angst voor de bocht. Net als Hedrick trouwens, die uit het skeeleren komt.”

De ervaring van het shorttrack neemt Davis dus mee naar de langebaan, is ook iets wat de Nederlandse bondscoach Shorttrack Jan-Herman Mogendorff beaamt. “Als ik zie hoe veel langebaanschaatsers de bochten nemen bij met name de korte afstanden heb ik wel iets van nou, nou, nou. Ze gaan zo verschrikkelijk hard de bocht in dat er extra krachten op het lichaam komen, de G-krachten of extra zwaartekracht. Daar moet je op trainen en ervaring mee opdoen, want dat vereist een aparte techniek. Dat gebeurt wel steeds meer bij de lange baan, maar is nog lang niet op het niveau van de shorttrackers. Daar heeft Davis natuurlijk een voordeel.”

Alhoewel we volgens de coach niet moeten overdrijven met de kruisbestuiving: “Bij de lange baan heeft ieder zijn eigen baan en bij ons is dat niet. Bij shorttrack gaat het er ook om in laatste positie te rijden en vanuit die positie in één keer door te trekken naar de finish. Tempo maken en de bocht afdekken om geen gaatje te bieden. Maar bij de lange baan valt er geen bocht af te dekken, omdat je dan in de baan van je tegenstander zit. En dan is het sowieso afgelopen.”

Eric Heiden

De grootste schaatser aller tijden én landgenoot van Davis, Eric Heiden, was in zijn tijd al druk met de bochten en het voorkomen van een val. Heiden was namelijk ijshockeyer en dan ga je er anders over denken: “Bij die sport leer je het evenwicht te houden. Als je valt, sta je snel weer op. Als Europese schaatsers een misslag maken, is vallen het ergste waaraan ze denken. Hun race is voorbij. Op de olympische 1.500 meter gleed ik enorm weg, maar ik schrok niet. Ik ging door. En ik won.”

En daar draait het spelletje uiteindelijk om, zoals ook Tamar van der Wal benadrukt: “De Amerikanen winnen veel, dus het zal wel kloppen wat ze doen.” Voor Davis nu alleen nog maar op de langebaan, maar toch blijven de Amerikaanse verwachtingen hoog.