Net als de West-Duitse veiligheidsdiensten hebben hun Israëlische collega's structureel gefaald in de aanloop naar de Palestijnse gijzelingsactie tijdens de Olympische Spelen van 1972. De Mossad had geen belangstelling voor de activiteiten van Zwarte September. Verzoeken vooraf van de Israëlische coach Shmuel Lalkin om betere bewaking voor zijn ploeg werden genegeerd. Toenemende ongerustheid van Israëlische sporters tijdens de Spelen zelf werd in de wind geslagen. Dat staat in het boek Vergelding van Aaron Klein. Hij baseert zich op het geheime Kopel-rapport, dat hij dit jaar als eerste buitenstaander heeft ingezien.

Op dinsdag vijf september 1972 bestormden acht Palestijnse leden van Zwarte September de onderkomens van Israëlische sporters. Twee atleten werden daarbij gedood. Tijdens een mislukte bestorming ’s avonds van Duitse commando’s kwamen nog eens negen sporters om het leven. Deze afloop wordt extra wrang nu duidelijk wordt dat dit voorkomen had kunnen worden, zowel aan Duitse als Israëlische kant.

Dat de Israëlische voorzorgsmaatregelen ontoereikend waren, is beschreven in het Kopel-rapport, dat vijftien pagina’s telt en in het diepste geheim is opgesteld door de Israëlische staat. Klein kreeg dit jaar toestemming tot inzage in het rapport, waarvan slechts drie exemplaren bestaan. Zijn boek is deze week in het Nederlands verschenen - nog voor de oorspronkelijke Engelse versie. De auteur is gespecialiseerd in militaire aangelegenheden en geheime diensten en schrijft hierover voor Time

Situatie 21

Dat er in West-Duitsland veel fouten zijn gemaakt, was reeds duidelijk. Er was namelijk al ruim een half jaar vóór aanvang van de Olympische Spelen een Palestijnse gijzelingsactie voorspeld door de Duitse psycholoog Georg Sieber. In wat hij omschreef als Situatie 21 schetste hij op verzoek van de olympische organisatie een rampscenario: 'Om vijf uur in de morgen klimt een commandogroep over de muur van het Olympisch dorp. De indringers bezetten de woning waar de Israëlische ploeg is gehuisvest. Er wordt geschoten en er wordt rook gezien.'

Ondanks dit draaiboek werden de Duitsers volkomen verrast door iets wat al in februari 1972 was opgeschreven - nota bene op hun eigen verzoek. Vanaf dat moment zou werkelijk alles fout gaan, wat maar mogelijk was. De olympische organisatie was absoluut niet berekend op het drama, mede omdat de bewakers geen wapens droegen. Maar ook aan Israëlische kant ging het in de aanloop vreselijk mis, aldus Klein in ‘Vergelding’.

Op 11 juli 1972, anderhalve maand vóór aanvang van de Spelen, schreef coach Shmuel Lalkin een brief aan het Israëlische Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Sport. Drie weken eerder was de coach in het Olympisch Dorp geweest voor inspectie. Hij was geschrokken van de slechte bewaking van de appartementen en vroeg om een gesprek met de Duitse verantwoordelijke. Dat gebeurde, maar Lalkin werd het zwijgen opgelegd: “Meneer, u bemoeit zich met zaken die u niets aangaan.” Volgens de Duitsers werd goed met Israël samengewerkt.

In de brief aan het Ministerie vroeg Lalkin nogmaals om betere beveiligingsmaatregelen. Het antwoord was kort en arrogant: “Als manager van de Israëlische olympische ploeg zou u zich beter kunnen bezighouden met sport. Laat de beveiliging over aan het beveiligingspersoneel.” Naderhand bleek er van geen enkele samenwerking sprake te zijn, zoals Lalkin in Duitsland had gehoord.

Groeiende informatiestroom

Internationale veiligheidsdiensten ontvingen in de zomer van 1972 steeds meer berichten over een mogelijke aanslag in Europa. In augustus nam het aantal meldingen over voorbereidingen hiervoor toe. Het was ook bekend dat een aanslag mogelijk zou zijn ‘op een internationaal evenement’, maar daar werd in Israël geen aandacht aan besteed. Als reden werd opgegeven: “Heeft u enig idee hoeveel informatie we krijgen die verwijst naar toekomstige internationale evenementen en vervolgens op niets uitloopt? Op basis van dit soort informatie kun je geen officiële waarschuwing geven.”

De Mossad weigerde de Zwarte September in de gaten te houden, ondanks een gijzeling in mei 1972 van een Sabena-toestel door leden van die groep.

Twee dagen voor het begin van de Spelen kwamen concrete berichten binnen dat in de Arabische wereld ‘iets’ werd voorbereid. Op 29 augustus was in Duitsland bekend dat leden van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina zojuist Beiroet hadden verlaten naar een onbekend doel.

Klein schrijft dat dit doel München was en wel op 31 augustus, dus twee dagen na die melding. Met amateuristisch vervalste paspoorten passeerden de Palestijnen de douane, die dus geen rekening hield met de beschikbare informatie. Eén van de terroristen, Jamal Al-Jishey, heeft zelfs twee olympische voetbalwedstrijden bezocht!

Acht dagen eerder waren de wapens al in Duitsland aangekomen. In ‘Vergelding’ staat dat een Palestijns echtpaar met vier koffers was aangehouden op de luchthaven van Keulen. Eén van de koffers werd onder dwang geopend: ‘Lingerie in alle kleuren en stijlen stroomden over de inspectiebalie. (…) De douanebeambte vroeg het echtpaar niet hun andere drie koffers te openen. Acht AK-47’s, tientallen magazijnen met 7.62 mm-kogels en tien handgranaten rolden onopgemerkt voorbij op de wankele wieltjes van het bagagekarretje.’

Kritiek Israël onterecht

Dit alles werd pas later bekend, maar er waren voor de Israëlische beveiliging andere aanwijzingen, die niet op waarde werden geschat. De kritiek van Israël op West-Duitsland over de gijzelingsactie is daarom niet geheel terecht.

Er waren bijvoorbeeld geen speciale instructies voor de sporters toen ze op 21 augustus vertrokken naar Duitsland. Tijdens de Olympische Spelen groeide de zorg van de sporters, meldt het Kopel-rapport: ‘Leden van de delegatie, andere functionarissen en familieleden spraken vaak onder elkaar over het opvallende gebrek aan beveiliging in het (Olympisch) dorp, met name wat hun onderkomen betrof. De ongerustheid nam toe naarmate de alertheid van de bewakers afnam.’ Toch deden deze mensen niets, “omdat we ervan uitgingen dat de beveiligingsmensen vermomd hun werk deden.”

Klein schrijft: 'Lalkins voorgevoel – dat zijn ploeg in gevaar was – was sterker dan ooit. Hij vroeg om een wapen. De beveiligingsdienst wees dit af’. Het enige wat de Israëlische beveiliging wilde doen was het controleren van de veiligheidsmaatregelen rond de Israëlische cameraploegen.

Niets hield de leden van de Zwarte September tegen om hun gijzeling voor te bereiden en uit te voeren. Sterker: zes Duitse postbodes waren getuige hoe de Palestijnen over het hek klommen, waarvan ze meteen aangifte deden. Ook hiermee werd niets gedaan. Na afloop besloot Israël tot een wraakcampagne tegen de terroristen. Ook dit is uitvoerig beschreven door Klein.

Het boek is verschenen naar aanleiding van de film Munich van Steven Spielberg. De film gaat deze maand in première in de Verenigde Staten. Ook Munich gaat over de gijzelingsactie en de afrekening hierna met de daders. Spielberg baseert zijn verhaal echter op het boek Vengeance van George Jonas. Omdat hierop wereldwijd enorme kritiek bestaat vanwege de onbetrouwbaarheid bracht Klein zijn boek ‘Vergelding’ uit. Volgende maand verschijnt dit in de Engelssprekende landen, maar dus deze week al in de Nederlandse vertaling.