In 1960 mocht Anton Geesink niet als worstelaar naar de Olympische Spelen in Rome, omdat hij geld zou verdienen met zijn sport. Het was het Nederlandse IOC-lid Charles Pahud de Mortanges, die hem dat vertelde. Geesink is het er in 2005 nog niet mee eens.

“Waarom wil je net hier een foto van me maken, bij Pahud?”, vroeg Geesink woensdag tijdens een bezoek aan de Olympic Experience. “Omdat hij ook lid was van het IOC, net als u”, gaf ik gedeeltelijk antwoord. Maar het ging me juist om de pikante relatie tussen Geesink en Pahud de Mortanges, die ik eens wilde vangen in één foto. Al jaren wilde ik de judoka eens vragen wat er nou was gebeurd in 1960, toen het Nederlands Olympisch Comité hem weigerde af te reizen naar Rome. Door te vragen of ik die foto mocht nemen, brandde hij meteen los.

“Vlak voor de Spelen in Rome begonnen, was ik in Zuid-Frankrijk om judolessen te geven. Wat verdiende ik er mee? Een tientje per dag, of zo. Opeens kreeg ik een telegram van het NOC met de boodschap dat ik onmiddellijk naar Nederland moest komen. Waarom wist niemand, want dat stond er niet bij.”

Een vriend suggereerde nog dat Geesink goed nieuws ging krijgen: “Ze roepen je op om te vertellen dat je tijdens de openingsceremonie de Nederlandse vlag mag dragen.” Maar dat liep anders.

Geesink: “We pakten meteen de trein van Nice naar Nederland. Weet je hoe lang zo’n reis duurde in 1960? Meer dan 24 uur! En waarom ik naar het NOC moest, wist ik dus niet. Misschien wel om de vlag te dragen. Goed, ik kwam eindelijk binnen en bij elkaar heb ik er nog geen vijf minuten gezeten. Pahud had het woord en zei meteen dat ik niet naar de Olympische Spelen mocht. Hij heeft me niet eens bedankt voor het maken van de lange reis of gevraagd of ik nog reiskosten had.”

Tijdens het vertellen kijkt Geesink naar de foto van Pahud de Mortanges. “En hij was degene die me dat vertelde. Het IOC wist van niets, die had me helemaal niet op een lijst gezet. Het kwam echt vanuit het NOC.” Hij kijkt weer naar mij: “OK, neem die foto dan maar!”