Wat een vreemd verhaal van wielerjournalist Fred van Slogteren! Baanrenner Theo Bos is ontstemd, omdat Van Slogteren een negatieve recensie schreef over zijn favoriete boek. Het betreft de klassieker ’Te midden der kampioenen’ van Joris van den Bergh. Kan zo iets ook al toprenners uit hun ritme halen?

Het staat me nog helder voor ogen hoe Matthijs van Nieuwkerk vloeibaar werd van ontroering toen Theo Bos hem in Holland Sport vertelde dat genoemd boek altijd in zijn bagage zit als hij de wielerbanen van deze wereld afstruint. Van Slogteren weet nog meer: ‘Wel weet ik dat heel veel jonge renners het boek nog steeds verslinden zoals alle generaties voor hen.’ Het is inderdaad mooi te weten dat de huidige wielertop nog steeds zweert bij dit boek uit 1929.

Pakt een profvoetballer anno 2005 tenslotte ooit wel eens het Voetbalboek van Dirk Lotsy uit 1930 erbij? De grote Dirk Lotsy, die in 1905 meespeelde in de eerste officiële interland van het Nederlands Elftal en het niet leuk vond dat hij familie was van Karel? Er zullen weinig voetballers zijn, die weigeren huis te verlaten zonder dit werkje. Maar bij baanrenners zit het gelukkig anders.

De liefde zit zelfs zo diep dat Bos meteen is aangeschoten als iemand iets negatiefs schrijft over Van den Bergh. Dat weet zijn concurrentie nu dus ook, en dat kan tegen hem gaan werken. Als ik zijn tegenstander was, zou ik vlak voor aanvang even bij hem langslopen.

“Zeg Theo, ik heb net Joris van den Bergh gelezen en vooral pagina 33 tot en met 40 vond ik heel slecht.”

“Wát zeg je daar?!?”

“Dat had toch veel beter gekund. Vergelijk het bijvoorbeeld eens met het latere werk van Van den Bergh. Dat is toch veel beter?”

En daar klink het startschot, dat Bos door de literaire verwarring volkomen ontgaat. In mijn eentje rijd ik naar de finish en vier mijn feestje.

Joris, bedankt!