Het voelt vreemd om een zin te lezen van ruim een halve eeuw oud, die ik in essentie ook had willen opschrijven. ‘Ik heb tussen alle oorlogsboeken die na de bevrijding van West Europa in langzamerhand eindeloos lijkende rijen onze boekwinkels overrompelden, één enkel boek gemist. Het boek over de Oorlog en de Sport.’ Het staat in Onze verslaggever seint… van Martin W. Duyzings, gepubliceerd in 1949.

‘En of met dat onderwerp wel een boek te vullen ware? Ik denk het wel, lezer, want de sport heeft in en rond de jongste wereldoorlog een uiterst belangrijke rol gespeeld, in tal van opzichten. Men zou, denk ik, dat boek moeten beginnen met de Berlijnse Olympiade 1936. Want deze Olympiade heeft ook in het kader der voorbereidingen tot deze oorlog een belangrijke functie gehad.’

Duyzings vult zijn hoofdstuk daarna met verhalen over sport in de bezettingsjaren, die mij volkomen onbekend waren. Niet dat ik alles weet, maar ik zit er wel lekker in. “Je schrijft in je laatste boek erg veel over de oorlogsjaren”, vroeg Jurgen van den Berg van Langs de Lijn me afgelopen zaterdag daarom waarschijnlijk niet per ongeluk.

Maar nog lang niet genoeg, zag ik zondag na het aanschaffen van ‘Onze verslaggever seint…’ In de afgelopen jaren had ik dit minstens tien keer in mijn handen gehad en teruggelegd, maar nu was alles anders toen ik het hoofdstuk over de oorlog ontdekte. Kopen en wel meteen! Iets verderop in een lunchroom begon ik te lezen en stond versteld. Wist ik allemaal niet…

Wat een prettige zondag opeens en niet alleen maar door het weer.