In 1989 stierven 168 mensen bij een crash van een SLM-vliegtuig bij Paramaribo, waaronder een groot aantal voetballers van het Kleurrijk Elftal. Wat er toen allemaal is gebeurd, is door Iwan Tol beschreven in het boek Eindbestemming Zanderij. Het is één van de beste en tegelijk meest schokkende boeken, die ik de laatste tijd heb gelezen.

‘Met jaloerse blikken kijken de nabestaanden naar het buitenland, waar verongelukte voetbalteams tot op de dag van vandaag worden geëerd. Il Grande Torino bijvoorbeeld, het grote AC Torino, dat in 1949 nabij Turijn in dichte mist tegen een berg vloog. Voor de spelers is een gedenksteen geplaatst bij de Basilica di Superga. Of Manchester United, de club die in 1958 acht spelers verloor toen het vliegtuig met daarin de complete selectie van de Busby Babes op de terugweg vanuit Belgrado in een sneeuwstorm raakte, vlak bij het vliegveld Riem in München. Op Old Trafford hangt nog steeds een klok die stilstaat op 15.04 uur, het moment van de ramp.’

Deze alinea aan het einde van het boek vat goed samen hoe de SLM-ramp en nasleep is verlopen: chaotisch, ongecoördineerd, en met weinig respect voor de nabestaanden. Tot op de dag van vandaag moeten deze mensen het vooral zelf maar zien te rooien. De SLM heeft geen interesse of geld en in Nederland wordt het beschouwd als een Surinaams probleem. Dat veel slachtoffers de Nederlandse nationaliteit hebben of hadden, speelt niet mee.

Het gebeurde allemaal op 7 juni 1989, toen een SLM-vliegtuig vlak bij de landingsplaats neerstortte. Een onwaarschijnlijk arsenaal aan fouten en blunders ging hier aan vooraf. Het personeel was ongekwalificeerd, de apparatuur verouderd en het toestel zelf aan elkaar geplakt met hulpmiddelen. En in Amsterdam begon de reis al met een enorme vertraging, waarop iedereen weer vertrok naar de stad of naar huis. Het bleek een slechte voorbode, zoals pijnlijk wordt beschreven.

‘Pas laat in de avond kwam een grote groep jongens terug uit de stad. Dolf Degenaar merkte meteen op dat er iets vreemds aan de hand was. Ze gedroegen zich ongewoon, net alsof ze waren veranderd in die paar uur. Sommigen waren naar de kapper geweest, hun haren waren gemillimeterd. Maar dat was het niet, het ging veel verder. Pas jaren later kon Degenaar zijn gevoel definiëren: “Op Schiphol heb ik die groep langzaam in een andere wereld zien geraken. Dat weet ik zeker. Ze leken gevangen in een net. Alsof de groep in een vacuümverpakking werd gezogen.”’

Niet veel later lag het vliegtuig in brokstukken tussen de Surinaamse bomen. Nog steeds, dus zestien jaar later, liggen er resten! Van de lijken werden kostbaarheden gestolen door militairen, zoals de nabestaanden vermoeden. ‘Frits Goodings senior vond alleen de portemonnee van zijn zoon nog terug. Die was leeg.’

Nauwgezet en met veel gevoel voor de omstandigheden heeft Tol een nauwgezette reconstructie gemaakt van een vergeten ramp, in ieder geval in Nederland. Bij de presentatie van dit boek vorige maand riep Freek de Jonge spontaan op om alsnog een gedenksteen in het Olympisch Stadion aan te brengen, om de voetballers van het Kleurrijk Elftal blijvend te herdenken.

Na het lezen van ‘Eindbestemming Zanderij’ kan ik me hier alleen maar bij aansluiten, nog meer dan vorige maand. Het geeft de levens niet terug die door extreem slecht leiderschap verloren zijn gegaan, maar misschien wel wat van de herinnering aan deze mensen. Tol heeft hiertoe de beste aanzet gegeven, die mogelijk is.