Voetballers die in de eerste drie maanden van het jaar worden geboren, maken meer kans om door te breken. Dat bericht haalde deze week de pers. Bijna de helft van de jeugdselecties van AZ en Ajax blijkt volgens een onderzoek in het eerste kwartaal te zijn geboren. Opvallend veel in vergelijking met 644 Nederlandse internationals. Iets meer dan een kwart daarvan is geboren in januari, februari of maart, weet ik na eigen onderzoek.

Het onderzoek van Jurjen Holsheimer is slecht nieuws voor decemberklantjes, die alleen vanwege hun geboortedag elders een club moeten zoeken. Want clubs geven eerder de voorkeur aan diegene die in het eerste kwartaal is geboren dan elders in het jaar. Een vorm van geboortediscriminatie, of maar eens een nieuw begrip te introduceren.

‘Fijn!’, dacht ik. ‘Echt een onderwerp voor een vergelijkend onderzoek.’ Heel simpel door de geboortemaanden van 644 Nederlandse internationals te bekijken en dom te turven. Empirisch onderzoek wordt dat genoemd door mensen die van woorden met veel lettergrepen houden.

Aan alle wetenschappelijke criteria voldeed ik: een tafel op het balkon, koffie en zon erbij en tot slot een pen met papier. En de vraag: zijn er bovengemiddeld veel Nederlandse internationals geboren in de eerste drie maanden van het jaar - dus opvallend meer dan 25% van het totaal? Want dan zou het kloppen dat Ajax en AZ vooral voetballers zoeken, die zijn geboren in januari, februari of maart. Zo niet, dan maken ze een fout in hun selectiebeleid.

Daarvoor gebruikte ik het boek ‘De Internationals’ van Matty Verkamman, Henri van der Steen en John Volkers. Hier staan alle internationals in tot en met 9 oktober 1999. Goed, ik mis dan bijna zes jaar, maar statistisch maakt dit niet veel uit. Het leverde de volgende cijfers op.

De keiharde cijfers

Van die 644 voetballers is ruim 26% geboren in januari, februari of maart. Een kleine 24% is van het tweede kwartaal, ruim 23% zag in het derde kwartaal het levenslicht en tot slot ruim 26% is van de laatste drie maanden. Kleine verschillen dus, want de cijfers liggen heel dicht bij elkaar. Niet verbazend, want waarom zou in maart een betere voetballer worden geboren dan – pak hem beet – in december?

Zo kunnen we zien dat voetbaltalent niet tijdsgebonden is. Want ik ben wel zo vrij om iemand die het Nederlands Elftal haalt te beschouwen als bovengemiddeld goed. Dus het beleid van Ajax en AZ (en alle andere clubs die zo werken) klopt niet als voetballers uit de eerste drie maanden van het jaar zo oververtegenwoordigd zijn. Verzet de bakens en zoek talent uit oktober!

En wanneer gaan voetballers dood?

Ook internationals gaan ooit dood. Ik was toch bezig met onderzoeken en vroeg me af of er maanden zijn waarin een oud-international een grote kans maakt om te sterven. Hier blijken wel verschillen te bestaan. Oud-voetballers: pas op voor de tweede helft van het jaar!

Van 302 oud-internationals heb ik opgezicht in welke maanden ze zijn overleden. Dit zijn de relatieve sterftecijfers:

Eerste kwartaal: bijna 24%

Tweede kwartaal: 21,5%

Derde kwartaal: 27,5%

Vierde kwartaal: ruim 27%

Er gaan dus meer voormalige internationals dood in de tweede helft van het jaar dan in de eerste! Ik zou niet weten waarom, maar het is wel zo.

Maar daar ging het niet om in dit stuk. Waar het op neerkomt is dat voetbalclubs er helemaal niet verstandig aan doen om zoveel voetballers aan te trekken, die in de eerste drie maanden van het jaar zijn geboren. De statistiek is onverbiddelijk.