Een beeld voor de hoofdingang van het Olympisch Stadion zorgt al lang voor verwarring. Wie is die gek, die zestig jaar na de oorlog nog steeds de Hitlergroet brengt? Is dat niet wat ongepast – mede op 4 en 5 mei? Zeker niet, legt een bordje van het stadsdeel nu uit. Het is de olympische groet, die wordt gebracht.

Het beeld staat rechts van de Marathontoren en toont een gespierde man, die vol overtuiging zijn rechterarm strekt. Het is gemaakt door Gra Rueb en in 1928 geplaatst – het jaar van de Olympische Spelen in Amsterdam. En in 1928 was het fenomeen Hitlergroet nog niet zo berucht als nu.

Het beeld is een eerbetoon aan De Baron of De Sportvader, die in het dagelijks leven beter bekend stond als baron F.C.W.H. Van Tuyll van Serooskerken. Hij haalde de Olympische Spelen naar Amsterdam, maar zou dat niet meer meemaken door zijn onverwachte dood in 1924. Hij was ook het eerste Nederlandse IOC-lid.

Tot en met de Spelen van 1936 in Berlijn werd traditioneel de olympische groet gebracht tijdens de openingsceremonie. Sporters strekten hun rechterarm, maar na de Tweede Wereldoorlog werd dat veranderd. Het had een slechte reputatie gekregen door de nazi’s in de jaren ervoor.

Niet voor het eerst hadden de nationaal-socialisten een symbool geïmporteerd, omdat ze niet origineel genoeg waren om zelf iets te kunnen verzinnen. Het hakenkruis of de swastika bijvoorbeeld is in Azië al duizenden jaren een symbool, en binnen tien jaren door de nazi’s besmet geraakt. En dus ook de olympische groet. Zo superieur doen en zo weinig creatieve kracht – een combinatie van eigenschappen, die we nog steeds zien.

Maar goed, de olympische groet dus en niet die van Hitler. Stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid heeft er daarom deze week een bord geplaatst met een verklarende tekst. Weg met alle verwarring!