Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door heel het land fietsen gestolen door de bezetter. In Amsterdam werden die bij het Olympisch Stadion verzameld en vanaf daar naar Duitsland gebracht. Tegelijkertijd waren er onderduikers in het Stadion – op enkele meters van de Duitsers. Dat werd allemaal duidelijk in een uitzending van Langs de Lijn maandagavond.

Het was 1942 toen de Duitsers bekend maakten dat zij op korte termijn 50.000 Nederlandse herenfietsen wilden hebben. Dat werden er later zelfs 100.000. Een massale fietsenroof begon, waar nu nog flauwe grappen over worden gemaakt.

In Amsterdam werden die voertuigen opgeslagen naast het Olympisch Stadion, waar de Duitsers ook zaten. Elektricien Cor Jongkind komt vanaf 1938 in het Stadion en zag als jongen al die fietsen staan. “Aan de buitenkant stonden ze geparkeerd. Vanaf daar werden ze naar Duitsland afgevoerd. Er stonden ook voertuigen van Nederlands leger, die door de Duitsers in beslag waren genomen.”

Bizar was dat er tegelijkertijd onderduikers in het Stadion woonden. “Hoe lang?”, vroeg Langs de Lijn-verslaggever Robbert Meeder aan Jongkind. “Enkele dagen, misschien weken?”

“Nou”, antwoordde Jongkind, “soms wel maanden achter elkaar. Met aan de andere kant van het veld, bij de eretribune, de Duitsers.”

Oud-wielrenner Jan Derksen, die tijdens de oorlog dagelijks in het Stadion was, stond erbij toen Jongkind dit vertelde en viel bijna om van verbazing. “Onderduikers” Hier? Ik heb ze nooit gezien, en ik dacht toch echt dat ik wist wat hier allemaal gebeurde. Maar hier heb ik nooit een vermoeden heb gehad.”

“Omdat we niets mochten zeggen van mijn vader”, zei Jongkind.

Donderdag 4 mei om 12.30 uur is er een speciale herdenking bij het Olympisch Stadion. Daar wordt stilgestaan bij de sporters, die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd.