Er hangt al jaren een vervelend gerucht aan de kont van Jack van Gelder: belangrijke voetbalmomenten misbruikt hij om zichzelf te vereeuwigen. Paul van Liempt ontkracht dit in zijn laatste boek door eens heel simpel terug te luisteren.

Afgelopen week kwam het boek ‘Een goed stel’ uit over de Nederlandse voetbalcommentatoren. Daarin schrijft Van Liempt: ‘De mare ging jaren dat het wel heel toevallig was dat steeds als Van Gelder sprak, het Nederlands Elftal scoorde. Omdat er een plaatje met fragmenten op de markt uitgebracht werd, zou Van Gelder bij elk doelpunt uitzinnig van vreugde de microfoon ter hand hebben gepakt.’ Zodat hij nog wat extra centen zou pakken.

Van Liempt nam het wijze besluit opnieuw naar die momenten te luisteren, onder meer de halve finale tegen West-Duitsland en de finale tegen de Sovjet-Unie op het EK Voetbal van 1988. Samen met Bert Nederlof versloeg Van Gelder die wedstrijden en als het gerucht correct is, zou de eerste geen kans hebben gekregen om zich tijdens doelpunten te laten horen. Mooi niet.

Van Liempt constateert dat tegen West-Duitsland ieder ‘zijn’ doelpunten verslaat. ‘Ook tijdens de finale tegen de Russen zijn de goals keurig tussen de twee commentatoren verdeeld. Van Gelder is in deze wedstrijd voor zijn collega evenmin hinderlijk aanwezig. Het verhaal blijkt inderdaad een fabel.’

Dit soort details geven het boek wat smaak, maar in het algemeen valt het nogal tegen. Val Liempt haalt alles erbij wat op zijn pad komt, maar in de meeste gevallen is het onduidelijk wat de directe band is met de voetbalcommentatoren – toch de hoofdrolspelers van dit werk. OK, ze waren overal bij en zeiden er iets over, maar dat is het enige verband.

Het boek ontstijgt niet het niveau van een krantenartikel. Jammer, want daarin ligt toch het verschil in karakter tussen de krant en een boek: de ruimte voor meer diepgang. Ik mis bijvoorbeeld een breder perspectief. Gedragen Nederlandse voetbalcommentatoren zich anders dan hun internationale collega’s? Zijn ze nationalistisch, of objectief, of wat dan ook? Hoe kijken andere Nederlandse sportjournalisten naar hun vrienden bij radio en tv? Van Liempt beschrijft wel heel gedetailleerd hoe de commentatoren naar elkaar kijken, maar niet hoe vakgenoten in binnen- en buitenland naar hun kijken.

‘Een goed stel’ leest daarom als een heel lang krantenartikel. Wel goed en leuk geschreven, maar te veel blijven hangen in de waan van de dag.