Op 12 maart 1953 speelde een Nederlands Elftal de zogenaamde Watersnoodwedstrijd. Daarna was alles anders in het Nederlandse voetbal. Ook voor Oranje, dat deze maand precies honderd jaar bestaat.

Op zondagochtend 1 februari ontwaakte Nederland met het nieuws van de Watersnoodramp. Alhoewel de enorme impact hiervan op dat moment nog onduidelijk was, reageerde de KNVB toch wat bruut. PSV en Go Ahead (dat we sinds 1971 kennen als Go Ahead Eagles) wilden hun wedstrijden van die dag annuleren. De club uit Deventer miste basisspelers Hölscher, Marijn en Ligtenberg, die als militair waren opgeroepen om hulp te bieden. PSV vond het ongepast die dag te spelen, maar de bond gaf niet thuis.

Kick Geudeker was toen een belangrijk sportjournalist. Hij was woedend: ‘Terwijl langs onze kusten en aan de dijken der polders vele duizenden landgenoten een heldhaftige, soms helaas wanhopige strijd streden, om het woedende water te keren, terwijl landerijen onderstroomden en vele gezinnen in doodsnood verkeerden, vermocht de KNVB geen ander devies te geven dan: “Er wordt gevoetbald.”’

Maar het ging daarna nog veel meer mis. De bond wilde niet meehelpen aan een initiatief van Nederlandse profvoetballers, die werkten in het buitenland. Zij wilden een gelegenheidselftal maken voor een benefietwedstrijd tegen Frankrijk. De KNVB was in 1953 nog groot tegenstander van profvoetbal en werkte daarom niet mee. De eigen principes waren belangrijker dan het helpen van de nabestaanden van de ruim 1.800 doden.

Ondanks een enorm gedonder en gesteggel kwam dit Nederlands Elftal van profvoetballers er toch en speelde tegen Frankrijk. En wón met 1-2 van een Frans elftal, dat veel hoger werd aangeslagen dan Nederland.

Het ‘amateur-Oranje’ – het officiële Nederlands Elftal dus – verloor juist alles in die jaren. Niet vreemd dus dat opeens iedereen voorstander werd van betaald voetbal. Want die profs waren heel wat beter dan die amateurs, had iedereen kunnen zien.

Niet veel later werd het betaald voetbal ook in Nederland ingevoerd. Op 13 maart 1955 speelden voor de eerste keer profvoetballers in het Nederlands Elftal. Het voetbal in Nederland zou nooit meer hetzelfde zijn.