Zestig jaar aan tv-geschiedenis zou er zijn verdwenen als er als er maandagmiddag een bom was ontploft in het Olympisch Stadion. Alle voetbalcommentatoren van Herman Kuiphof tot Frank Snoeks waren bij de presentatie van een boek over hun vak. Een middag met gezichten bij de stemmen.

Journalist Paul van Liempt sprak voor zijn boek ‘Een goed stel’ met alle nog levende Nederlandse voetbalcommentatoren. Het zijn de mannen (nog nooit een vrouw commentaar horen geven, heel soms interviews achteraf), die zorgen voor informatie, hilariteit, woede of ergernis. Tijdens het EK Voetbal vorig jaar bijvoorbeeld werd ik doodmoe van het cliché ‘die dekselse Grieken’, die maar bleven dekselen tot en met de finale. Was er echt geen synoniem te verzinnen hiervoor? Maar goed, dat hoort bij dat vak, want een commentator zonder identiteit is ook niets.

De presentatie maandag groeide eigenlijk uit tot een eerbetoon aan Herman Kuiphof, die ook aanwezig was. En terecht, want hij heeft nieuwe generaties commentatoren opgeleid voor hun werk, of was op zijn minst een voorbeeld.

En dat eerbetoon was in feite ook voor Bob Spaak, de nestor van de Nederlandse sportjournalistiek. Helaas kon hij er op het laatst niet bij zijn, maar als iemand hem de komende tijd ziet, hoop ik dat die het even doorgeeft. Opdat Spaak weet dat ondanks zijn afwezigheid hij nooit is vergeten.