Door de ontmoeting in de Champions Laugue dinsdag tussen Liverpool en Juventus herinneren we ons het Heizeldrama uit 1985 weer. Het was niet de eerste ramp, waarna Juventus een grote prijs won.

De Europa Cup 1-finale van 29 mei 1985 is een zwarte dag in de internationale voetbalgeschiedenis. Als Liverpool en Juventus elkaar niet nu al weer hadden ontmoet, hadden we elkaar hier eind mei – precies twintig jaar later - uitgebreid over gesproken.

Juventus won deze Bloedbeker met 1-0, maar die werd natuurlijk nooit echt gevierd. Wat een hoogtepunt had moeten worden, werd het door de ramp nooit. Het is te vergelijken met de nationale titel van ‘Juve’ in 1950.

In de jaren veertig van de vorige eeuw was Torino, nota bene een afsplitsing van Juventus, het beste team van Italië. Het won nationale titels in 1943 en van 1946 tot en met 1949. Tot op de dag van vandaag is dit Torino onderdeel van het nationale voetbalbewustzijn vanwege zijn fabelachtige en fluwelen spel.

Op 3 mei 1949 speelde dit Torino een vriendschappelijke wedstrijd in Lissabon tegen Benfica. De volgende middag hing rond Turijn een dichte mist, waardoor het vliegtuig met het team neerstortte in de heuvels rond de stad. Alle inzittenden vonden daarbij de dood, de stad en Italië achterlatend in diepe rouw. Precies op de plek des onheils, aan de voet van de Superga-basiliek, staat een monument.

Torino kreeg postuum de titel van 1949 toegewezen. Een jaar later won Juventus deze voor de eerste keer sinds 1935. De macht van Torino was gebroken, wat de terugkeer van Juve betekende als titelhouder.

Net als in 1985, dus. Er zijn daarom weinig clubs, waar voetbalrampen zo’n enorme rol spelen als in Turijn.