In plaats van een vlaggetje

Het geluid van een scheidsrechtersfluitje is in 1883 ontdekt door een schoenmaker, die een viool op de grond liet vallen. Hij maakte een fluitje, dat ook zo klonk. De politie in Londen kocht het instrument en meteen daarna de scheidsrechters. Zodat ze niet meer met een vlaggetje hoefden te zwaaien bij een overtreding.

Als je erop terugkijkt is het heel merkwaardig: in Engeland bestond in 1883 al betaald voetbal, maar de scheidsrechterfluit was nog niet uitgevonden. Daarom stond een arbiter te zwaaien met een vlag als hij iets waarnam, wat niet mocht. Maar een agent met een vlaggetje heeft op een of andere manier weinig gezag. “Sta stil of ik pak mijn vlag!”

Ook de politie in Londen had behoefte aan iets, wat kabaal kan maken dat honderden meters ver is te horen. In 1883 droegen agenten een ratel, waarmee gespuis terecht werd gewezen. Maar een agent met een ratel heeft op een of andere manier weinig gezag. “Sta stil of ik pak mijn ratel!”

En toen kwam de Engelsman Jospeh Hudson, meubelmaker met een fascinatie voor geluidjes. In 1883 begon zijn nieuwe leven toen zijn viool op de grond viel: dat produceerde een vreemd, snerpend geluid met een groot bereik. Perfect, dacht Hudson, en baseerde daarop zijn eerste erwtenfluitje, dat meteen door de politie werd getest en goedgekeurd toen bleek dat het geluid anderhalve kilometer ver hoorbaar was.

Aangemoedigd door dit succes werkte Hudson samen met zijn zoon aan een revolutionair nieuw concept, dat in 1884 onder de naam Acme Thunderer bekend werd gemaakt. Dit model trok tevens de aandacht in de sportwereld. De voetbalscheidsrechters haalden opgelucht adem, gaven de vlaggetjes aan hun kinderen en renden met de nieuwe fluitjes het veld op.

Bijna 125 jaar later is dit model nog steeds de meest populaire onder de scheidsrechters. Met dank aan een viool, die op de grond donderde. Als je zelf nog een fluit nodig hebt, bestel je die hier.

Tip de redactie