Helden met problemen

Eens een kampioen, is niet altijd een kampioen. Zowel schaatser en wielrennen Jaap Eden als voetballer Beb Bakhuys wisten dit. Financieel en emotioneel zaten ze volkomen aan de grond. Over Bakhuys schrijft Matty Verkamman een groot stuk in het vierde deel van Oranje toen en nu.

In 1955 opende tijdschrift Sport & Sportwereld gironummer 394162, waar iedereen geld op mocht storten voor de voormalige superspits van Oranje. Omdat Bakhuys in 1937 als eerste een professional werd, deed de KNVB hem in de ban. Amateurisme was toen de norm. Niets en niemand mocht hem daarom nog beschouwen als normaal mens. Na ook een mislukt huwelijk en vier jaar tbc wist Bakhuys het niet meer. ‘Ieder bedrag, hoe gering ook, is welkom.’

Zo’n vernederende inzameling was er in 1922 ook voor Jaap Eden. Het verschil met Bakhuys was dat hij zijn problemen vooral zelf had veroorzaakt. Nog tijdens zijn loopbaan als schaatser en wielrenner was hij berucht om zijn uitspattingen met drank, sigaren en vrouwen. Om aan geld te komen voor de opvoeding van zijn zoon wilde hij al zijn prijzen verkopen. Een speciaal comité voorkwam dat met een actie. ´Wij beschouwen deze kunstvoorwerpen als een onderdeel onzer sporthistorie.´

Grote helden vallen dus soms heel diep. Meestal vergeet het nageslacht dat en daarom is het goed dat Verkamman met het verhaal van Bakhuys opent. Dit boek is het vierde deel van de vijftien, die tot het jaar 2015 verschijnen over de geschiedenis van het Nederlands Elftal. Het gaat onder meer over de jaren dertig, toen Oranje het goed deed.

Zo goed zelfs, dat de KNVB in 1935 overwoog om Oranje minder te laten spelen. Niemand wilde zijn huis verlaten als Han Hollander voor de AVRO-radio verslag deed van een interland. Het aantal bezoekers bij het clubvoetbal daalde op zo’n speeldag dramatisch. Niet meer dan vijf wedstrijden per jaar wilde de KNVB daarom nog toestaan.

Maar het was wel een dilemma, benadrukte Jaap Moorman van de KNVB tijdens een bijeenkomst: “Voor de redeneering van de clubs is veel te zeggen. (…) Als die per jaar tien Zondagen zouden moeten missen, zou dat tot catastrophale gevolgen kunnen leiden. Aan den anderen kant kan er niet genoeg op gewezen worden, dat een druk internationaal verkeer het grootst mogelijke belang voor het Hollandsche voetbal heeft.”

Nu we in het vierde deel van de serie van Verkamman zijn aangekomen, blijkt steeds meer de waarde van zijn werk. Het zijn de kleine weetjes in combinatie met de grotere verhalen, die de boeken boeiend maakt.

Het volgende deel belandt in de oorlogsjaren. Alhoewel het Nederlands Elftal toen geen officiële wedstrijden speelde, is daarover veel te schrijven. Of er misschien nog een inzamelingsactie nodig is geweest voor een gevallen held. Storten kan op giro 394162.

Tip de redactie