Het Bernabeu-stadion in Madrid werd zondag getroffen door een bommelding. In Nederland moesten toeschouwers eens weg na een luchtalarm. Alleen had niemand er zin in, omdat de wedstrijd net leuk werd.

De Amsterdamse voetbalclub De Volewijckers zette in de Tweede Wereldoorlog een unieke reeks neer: het promoveerde drie jaar achter elkaar om in 1944 als debutant in de hoogste klasse meteen nationaal kampioen te worden. Tijdens één van de kampioenswedstrijden dat seizoen loeide opeens het alarm, omdat gevechtsvliegtuigen onderweg waren naar West-Nederland.

Dat er kampioenswedstrijden werden gespeeld, kwam omdat er toen nog vijf regionale competities waren, waarvan de kampioenen tegen elkaar speelden. De Volewijckers was hier één van en Heerenveen de andere. Op 26 maart 1944 speelden deze twee tegen elkaar in het Ajax-stadion.

Hierover sprak ik jaren geleden met Tip de Bruin, winkelier en levenslang lid van De Volewijckers. Hij zat die dag op de tribune.

"De Luchtbeschermingspost in het stadion had voor de wedstrijd bekendgemaakt, dat bij eventueel luchtalarm de open tribunes moesten worden ontruimd. Het publiek moest zich onder de tribunes opstellen, dit voor eventueel neervallende stukken granaat van het Luchtafweergeschut. Elf minuten na het begin gingen de sirenes van het alarm af. De Engelsen vielen de havens van IJmuiden aan zou later blijken. De spelers en het leidende trio spoedden zich naar de kleedkamer, maar het publiek bleef zitten. Een rustige stem verzocht het publiek de tribunes te ontruimen. Men blééf zitten. De verzoeken veranderden in dreigen en toen vond de burgemeester van Amsterdam het genoeg en de wedstrijd werd afgelast."

Waarmee die dag voetbalgeschiedenis werd geschreven, want nooit eerder was in dit land een wedstrijd gestaakt door een luchtalarm.