Op de koudste dag van de koudste winter van de vorige eeuw bleken de inwoners van Lutjebroek de beste schaatsers van het land te zijn. Opvallend veel rijders uit dit dorp begonnen aan de meest beruchte Elfstedentocht ooit, en haalden de finish. Alhoewel één onder een valse naam – dat wel.

Lutjebroek bestaat echt en ligt in Noord-Holland, in West-Friesland. In dit katholieke bolwerk houden ze van schaatsen. Dus ook in 1963, toen heel Europa zuchtte tijdens de koudste winter van de vorige eeuw. Op 18 januari dat jaar werd de Elfstedentocht gereden, die door Reinier Paping werd gewonnen. Van de 10.000 toerrijders haalden er 69 (!) de finish – dus nog geen procent. Het was zo koud dat sommige mannen bijna hun geslachtsorganen hebben verloren. De televisiebeelden van die dag zijn soms ronduit verschrikkelijk.

En toch bleken er drie toerschaatsers uit Lutjebroek het einde te hebben gehaald. Niet slecht als je weet dat er dus maar 69 Leeuwarden hebben gehaald die dag. “Lutjebroek is een goede bodem voor Elfstedenrijders”, zoals één van die schaatsers later zei.

Alleen heeft één van die mannen onder een valse naam gereden, omdat hij geen lid was van de Elfstedenvereniging. Het gaat om Arie Kunst, die met de kaart van Piet Oud meereed. Oud besloot op het laatst aan de wedstrijd mee te doen (hij werd 52e), zodat Kunst met zijn kaart alsnog kon meedoen. Na afloop heeft Kunst alles opgebiecht.

“Ik besloot om te vertellen dat ik niet Piet Oud was, maar Arie Kunst. Enkele weken daarna kreeg ik een brief van het bestuur met de vraag hoe het eigenlijk zat. Ik heb ze toen precies verteld hoe het was gegaan, en heb me meteen aangemeld als lid. Ze hebben dat geaccepteerd. Ik mocht het dan wel niet meer doen, maar ik kreeg wel mijn kruisje. De echte Piet Oud heeft er nooit meer iets van gehoord.”