Tot twee keer toe is een voetbal ontploft vlak voordat die in het net plofte. Eerst dit weekend in België en maandag bij Jong Ajax– Jong Heerenveen. Moet een scheidsrechter rekening houden met dit soort dingen? Vroeger wel, in ieder geval.

John Langenus was één van de beroemdste Belgische scheidsrechter van de vorige eeuw. In 1930 leidde hij de eerste finale van een Wereldkampioenschap – tussen Uruguay en Argentinië. Om scheidsrechter te worden moest hij eerst een examen afleggen, waarin bizarre vragen werden gesteld.

‘Er wordt gedurig op een doel aangevallen. De doelman aan de andere zijde, die niets te doen heeft, klimt uit tijdverdrijf op het doel en gaat op de dwarslat zitten. Als er nu een aanval op zijn doel komt, wil hij van zijn uitkijkpost niet weg. Wat doet ge?’

Er werd hem zelfs gevraagd wat een scheidsrechter moet doen als een overkomend vliegtuig de bal meeneemt…Tsja, dat wist hij niet en toen was hij ‘gebuisd’, ofwel gezakt. Komt u nog maar eens terug, mijnheer. Drie maanden later meldde hij zich opnieuw en ditmaal waren de vragen ook voor normale mensen begrijpelijk. Langenus was eindelijk scheidsrechter.

In de scheidsrechterexamens van nu zal niets meer over vliegtuigen en keepers op doellatten worden gevraagd. We weten nu dus wel wat voor besluit er moet worden genomen als de bal ontploft. Wedstrijd stilleggen en een scheidsrechterbal. Staat dat eigenlijk in het examen?