De voetbalinterland Nederland-Duitsland, die voor december 1938 in de Kuip was gepland, was de eerste wedstrijd van Oranje die werd afgelast. Burgemeester Oud van Rotterdam was bang voor rellen tussen antifascisten en nationaal-socialisten. Een maand eerder, op 9 november, was in Duitsland de jodenvervolging begonnen tijdens de Kristalnacht.

Deze dinsdag is het weer 9 november; de dag waarop internationaal wordt stilgestaan bij de pogroms in Duitsland tijdens de beruchte Kristalnacht van 1938. Die zorgde ook in Nederland voor maatschappelijke onrust. Zoveel dat Rotterdam dus ingreep en de interland Nederland-Duitsland verbood. De stad was bang voor demonstraties tegen het Hitler-bewind en eventuele ongeregeldheden.

KNVB-bestuurder Karel Lotsy was het hier niet mee eens. Tevergeefs, want Oud hield vast aan het verbod. In het parlement leidde de afgelasting nog tot heftige discussies, die werden aangewakkerd door de NSB. "De burgemeester van Rotterdam achtte het gewenst”, zeiden de nationaal-socialisten, “om het achterland in het harnas te jagen door een voetbalwedstrijd met Duitsland te verbieden. Het motief: vrees voor relletjes is eenvoudig belachelijk. Er zijn in Rotterdam geen relletjes als de Regering dit niet wil." De NSB-leden werden weggehoond door de andere kamerleden.

Ook Duitsland was het natuurlijk niet eens met het verbod en kondigde een eenzijdige sportboycot af. Uiteindelijk zou er drie maanden lang geen sportcontact zijn tussen Nederland en Duitsland.