De Amsterdamse schaatser Willem Augustin is dit weekend op 81-jarige leeftijd overleden. De schaatser werd bekend door alle Elfstedentochten vanaf 1941 mee te schaatsen. Als overtuigd communist was hij een zeer aparte verschijning op de ijsbaan.

Augustin werd op 7 februari 1923 geboren in de Jordaan en leefde daar in zeer armoedige omstandigheden. Zoals hij twee jaar geleden zei: “Mijn vader was kraandrijver bij Werkspoor. Toen kwamen die crisisjaren, en werd het hele zooitje op straat geschopt. Wij waren de pettenjongens, want iedereen had een pet op. Arbeiders droegen toen petten, en heren hadden hoeden.”

Op jonge leeftijd leerde hij schaatsen, wat altijd zijn grote liefde zou blijven. “Mijn hele leven heeft met schaatsen te maken. Op alle soorten gebieden: tochten rijden, wedstrijden, langebaan, skeeleren, alles. Heel gek. Het lijkt een beetje eentonig, maar het is wel zo.”

In 1941 deed hij voor de eerste keer mee aan de Elfstedentocht. Omdat hij de laatste trein van Amsterdam naar Leeuwarden had gemist, ging hij met de fiets over de Afsluitdijk. “Eindelijk kwam ik in Den Oever terecht. Ik wist niet eens dat die plaats bestond, dat kenden wij niet. Ik heb nog vaak af moeten stappen, om het weer een beetje warm te krijgen, om weer gevoel in m’n benen te krijgen. Want het vroor als de pest. In Den Oever zag ik voor het eerst weer een soort huisje. Daar ging ik vragen naar de Afsluitdijk. Dat wist ik, maar waar die was wist ik niet. Ik ging naar dat huisje toe en klopte aan. Het was toen half twaalf. Ik zei: “Mijnheer, ik moet naar Leeuwarden toe. Ik zoek de Afsluitdijk.” “Afsluitdijk?” “Ja, ik moet naar Leeuwarden.” “Wat ga je daar doen?” ”Wat ik daar ga doen? Ik ga de Elfstedentocht rijden.” “Elfstedentocht rijden? Man, man, man, je komt er niet eens.”

Augustin haalde het wel, ondanks de koude en een arrestatie wegens schenden van het uitgaansverbod. Vanaf dat jaar zou hij alle Elfstedentochten meerijden.

Twee jaar geleden zochten Marnix Koolhaas en ik hem op voor een documentaire over de Elfstedentocht van 1963. Augustin woonde toen al twaalf jaar in het Friese Hindeloopen, om de hoek van het Schaatsmuseum. “Ik ben hier elke ochtend, effe een bakkie halen. En ’s middags nog eentje om een uur of drie. Een soort aanloopje van me, gezelligheid.” Zijn woonhuis was gevuld met communistische boeken en relikwieën, want zijn hele leven is hij die ideologie trouw gebleven. Het maakte hem een aparte verschijning onder de Elfstedenrijders, die door zijn staat van verdienste in dit circuit wel respect had afgedwongen.

Augustin stond in Amsterdam bekend als ‘Ome Willem’, de man die op de Jaap Edenbaan de halve stad heeft leren schaatsen. Naast schaatsen was hij onder meer actief als bokser, rugbyspeler en baanrenner.

Twee weken geleden raakte Augstin gewond door een ongeluk in zijn huis. Dat is hem nu dus fataal geworden. Met Augustin wordt een compleet hoofdstuk uit de geschiedenis van de Elfstedentocht begraven. Want zulke mensen zijn er niet veel meer.