Als Ajax tegen een club uit Israël speelt, duikt iedereen op het joodse aspect van de Amsterdammers. Wel, Ajax is nooit een typische club van alleen joden geweest. Daarvoor moest je toch echt ergens anders zijn in Amsterdam.

Susan Smit is enkele jaren geleden als historicus afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en schreef daarvoor een scriptie over Ajax tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eén van haar opmerkelijkste conclusies is dat er weinig joodse spelers in het eerste elftal voetbalden.

"Bij Ajax was niet veel aan de hand," herinnert oud-speler Jaap Hordijk zich bijvoorbeeld. "Er waren tot 1942 nog geen spelers verdwenen, in wezen hadden we niet eens zo heel veel joodse voetballers. Jaap van Praag en Jopie Schelvis zaten ondergedoken, eigenlijk waren Jopie de Haan en Eddy Hamel de enigen die ik na de oorlog miste."

Waarom wordt Ajax dan nu nog typisch joods genoemd? Smit: ‘Veel aanhangers waren afkomstig uit de middenstand in Amsterdam-Oost en de binnenstad, waar relatief veel joden woonden. Ook de route van de stoomtram naar het Ajax-stadion heeft het joodse karakter wellicht in de hand gewerkt. Bezoekende clubs stapten uit op het inmiddels buiten gebruik zijnde treinstation Weesperpoort, waar elke zondagochtend een joodse markt was. Daar vandaan reed de Gooische stoomtram via de Vrolikstraat, de Populierenweg en de Linnauesstraat naar de Middenweg. Deze passeerde regelmatig joodse Ajax-supporters, die lopend naar het stadion gingen. Ook de route van tramlijn 9, van CS naar De Meer, kwam gedeeltelijk overeen met die van de Gooische stoomtram. Daarom was de algemene opinie van bezoekende supporters dat ze bij 'de joden' op bezoek gingen.’

Nu ga ik niet beweren dat er bij Ajax geen joodse leden waren aangesloten. Integendeel, want die waren er wel degelijk. Maar waar het hierom gaat, is dat er bij Ajax niet méér joden waren aangesloten dan bij meeste andere clubs in Amsterdam. Echte joodse voetbalclubs waren bijvoorbeeld, zo schreef ik hier vorige week, Wilhelmina Vooruit en Hortus Eendracht Doet Winnen.

De oorlog heeft zeker diepe wonden geslagen, ook bij Ajax. Daarom B.S. le Marché in het Ajax-jubileumboek van 1950 een gedicht ter herinnering aan de oude Jodenbuurt.

Dit was een Memento (mori)

van wat eenmaal heeft geleefd,

bruisend leefde! -De Historie

kwam en heeft het weggeveegd...

Maar wie of hen nog mocht krenken,

nu nóg, nu ze er niet meer zijn,

Ajax zal hen steeds gedenken.