De topsporters van nu verdienen veel te veel. Waar een normaal mens twee jaar voor werkt, verdient een voetballer soms in een avond. Maar een eeuw geleden ging het ook al zo. Sommige kampioenen uit die tijd hoefden vanaf hun zege nooit meer te werken. Het verdiende prijzengeld was duizelingwekkend.

In 1907 werd de ene wedstrijd voor luchtballonnen na de andere gehouden. Het was de bedoeling wie het snelst van A naar B vloog en wie dat lukte was meteen een rijk man. Op 19 oktober 1907 bijvoorbeeld was de zogenaamde Gordon-Bennett-Wedstrijd. De snelste die dag ontving ruim tienduizend gulden. Omdat in die tijd voor een gulden twintig keer zoveel gekocht werd als nu, komt dat volgens onze maatstaven overeen met een ton in euro’s. Maar dat was een fooi in vergelijking met ‘de Groote Prijs voor Vliegmachines’.

Degene die deze race op zijn naam zou schrijven kreeg ƒ480.000,- Dat is voor ons al een fortuin, maar ook hier moeten we even rekenen om te begrijpen wat het in die tijd betekende. Wel, dat zou ongeveer 4,5 miljoen euro zijn geweest.

Zoveel verdienen die topsporters van nu dus eigenlijk niet.