Athene is tijdens de Olympische Spelen getroffen door een onzichtbare vervuiling, die ernstiger is dan smog. Dat meldt de krant 'Kathimerini', die zich baseert op cijfers van de Griekse overheid. Het betreft onder meer een schadelijke stof als benzeen, die vorige maand in enorme aantallen is gemeten.

Naast benzeen zijn er giftige deeltjes, die kleiner zijn dan tien micrometer. Ze zijn niet te zien met het blote oog. Als leefbare bovengrens wordt vijftig microgram per kubieke meter aangehouden en dat voor maximaal 35 dagen per jaar. Als een stad als ernstig vervuild wordt beschouwd, wordt een norm aangehouden van gemiddeld twintig microgram per jaar. Tijdens de Olympische Spelen is een onbekend aantal keren 200 microgram gemeten. Zelfs op de bergen rond de stad, die als schoon werden beschouwd, is vervuiling geconstateerd.

Verder werd benzeen aangetroffen in hoge concentraties. Dit is één van de gevaarlijkste stoffen. Het kan leukemie veroorzaken. Vooral op plekken met veel auto's is regelmatig benzeenvervuiling. De directe omgeving van in- en uitritten van parkeergarages zijn beruchte plekken.

Ook buiten de Spelen om wordt in Athene steeds meer onzichtbare vervuiling gemeten. De Europese minimumnormen worden hierbij overschreden. Het Griekse Instituut voor Milieustudies pleit nu voor maatregelen.

In de aanloop naar de Spelen toe was veel vrees voor de beruchte smoglaag, die Athene kan verstikken. Door de wind is hiervan amper sprake geweest, waardoor werd gedacht dat het is meegevallen met de vervuiling. Nieuwe studies ontkennen dit dus.