Of er doping bestaat in de gehandicaptensport, vroeg ik mijzelf hardop af eerder deze week. Dat is zo, schreef Wim Lude van de koepel voor de gehandicaptensport mij in een mail. 'Helaas zijn al een aantal keren Paralymische sporters betrapt op het gebruik van verboden middelen.'

Een beroemd en vooral berucht geval was David Kiley, een Amerikaanse rolstoelbasketballer. In 1992 speelde hij in de basketbalfinale tegen Nederland en won. Naderhand bleek dat hij een stof in zijn lichaam had, die niet was toegestaan. Want ook op de Paralympics worden dopingcontroles gehouden, verzekerde Lude me. Niet alleen op de Spelen zelf, maar eveneens in de aanloop erheen.

Kiley werd schuldig verklaard, maar verdedigde zich met het argument dat hij dat spul als medicijn had gebruikt. Maar goed, net als bij alle sporten moet dat tevoren worden aangemeld en anders ben je de sok. En zo ook Kiley en met hem het Amerikaanse team, dat de gouden medaille per ommegaande mocht terugsturen.

'Je ziet', besluit Ludeke, 'ook binnen de gehandicaptensport is het niet anders dan in de "gewone" sportwereld!' De komende weken hebben de anti-dopingdrigades het ook druk op de Paralympics in Athene.