Donderdagavond werden de Nederlandse hockeyvrouwen in het Heineken Huis gehuldigd voor de verloren finale. Een aantal speelsters sprong op de massa, maar ik vraag me of dat zo leuk is. Hoeveel handen verdwijnen tijdens dat crowdsurfen zogenaamd per ongeluk in hun kruis of tussen hun borsten?

Zowel overdag als 's avonds lopen er veel mensen rond in het Heineken Huis. Het publiek dat op bier en huldigingen afkomt, is niet het echt sympathiek en vooral gierend bezopen. Er lopen veel mannetjes tussen, die zich moed indrinken in de hoop contact te vinden met een Mooie Vrouw. Geen schijn van kans natuurlijk, want wat moet je met die lui? Wat moet je überhaupt met zo'n gast die niets beter weet te verzinnen dan elke avond naar de krokettenwalm van het Heineken Huis te kruipen en de rest van Athene negeert? Maar goed, dat is mijn ding.

Vol drank en zonder Mooie Vrouw verzamelen ze zich dan maar in de massa om wat wezenloos te juichen en te zingen: "We are the champions, no time for losers!" Hmm, hadden die vrouwen niet net verloren? Maar goed, dat is mijn ding.

En dan opeens gebeurt het! De hockeyvrouwen rollen over de hitsige handen, die zich ongetwijfeld geen raad weten met al die gespierde en getrainde lichamen. Ik snapte daarom heel goed dat enkele hockeysters besloten zich op hun rug te laten verplaatsen.

Ik had het ze kunnen vragen, omdat de speelsters vlak naast het perscentrum de grond weer bereikten. Maar ja, om voor zoiets nou van mijn stoel te komen, nee. En misschien viel het allemaal heel erg mee en zeur ik over niets. Maar ik vertrouw het niet.