Het Griekse elftal is weer thuis. Door het feest dat daarop losbarstte – of eigenlijk een nieuwe impuls kreeg - gaat het dak in heel de stad eraf. Figuurlijk hoor, zodat niemand hoeft te denken dat de organisatie van voren af aan kan beginnen bij het Olympisch Stadion. Toch logisch, zo’n extatisch feest? Eerst een compleet onverwacht kampioenschap, en volgende maand ook nog eens de Spelen. Beseffen die Grieken wat er in hemelsnaam bij hun gebeurt op dit moment? Zo ja, dan mogen ze het me uitleggen, want ik wil het ook weten.

Wereldwijd slepen journalisten de Griekse goden erbij om hun verhaal mooier te maken. En ook in Griekenland zullen ze dat doen, waarbij we nog moeten zien welke goden ze nodig hebben. Hun oude, met Zeus, Hera, Hermes en al die anderen? Of hun nieuwe, waarvoor ze zoveel kerken hebben gebouwd? De buitenlanders gaan voor die oude, zoveel werd wel duidelijk deze maandag.

En je zou bijna gaan denken dat die Griekse goden zich er inderdaad mee hebben bemoeid. Vlak voor de Spelen beginnen, waarover de hele wereld al maanden van alles roept en vindt, laten ze de Griekse voetballers iedereen verslaan. Het moment kan niet beter.

Van een NRC-collega in Athene had ik namelijk eerder al begrepen dat de Grieken de Spelen de laatste tijd steeds meer beschouwden als een groot feest, dat al voor aanvang is overgenomen door de gasten. Ze nemen geen cadeau’s mee, maar kunnen alleen maar mopperen. Wat doe je dan als gastheer? Precies! Dan geef je jezelf maar een cadeau, en wat voor één.

Maar ja, die goden. Ze kunnen ook behoorlijk chagrijnig zijn. Opeens zit je land vol met sprinkhanen, of word je lief in een boom veranderd door zo’n jaloers stuk onsterfelijkheid. En waarom? Fijn hoor, zo’n god, die dat doet, maar dat schijnt er allemaal bij te horen. Ze brengen zon en ze brengen regen, ze geven hoop en ze pakken alles af. Heel verwarrend vanuit onze positie, dat wel.

Nadat de Grieken het dak eraf hebben gefeest, moeten ze zich dat ook maar bedenken, dat nu niet alles automatisch is geregeld voor augustus. Maar eerst feest, en daarna maar weer eens de bezinning. Zolang de Grieken maar niet alles overlaten aan die goden, dan kunnen die Spelen best wat worden. En zolang ze maar van hun eigen feest kunnen genieten.