Op elke Olympische Spelen wordt wel iets nieuws geïntroduceerd. Dat kan het olympisch vuur zijn, of de ringen, of vrouwen. De televisie is er voor de eerste keer bij, of een sporttechnisch iets als de fotofinish of een atletiekbaan van turf. Kortom: ook de Olympische Spelen zijn altijd in verandering en om dat te laten zien, is hier de rubriek ‘Nieuw!’. Deze keer de eerste vrouwen op de Spelen.

Op de Spelen van 1900 in Parijs werden voor de eerste keer vrouwen toegelaten. Niet veel overigens: bij de 1344 deelnemers zaten twaalf dames. De Britse tennisster Charlotte Cooper was de eerste vrouwelijke Olympische kampioen in de moderne tijd.Het toelaten van vrouwen werd niet gewaardeerd door Pierre de Coubertin, die ongelukkig werd van het idee dat zij hun verzorgende taken zouden veronachtzamen. De echte doorbraak van vrouwelijke atleten op de Spelen was in 1928 in Amsterdam.

In 1896 was er trouwens wel één vrouw die aan de Spelen heeft meegedaan, maar dan ‘illegaal’. De Griekse Stamatis Rovithi, alias Melpomene, heeft de Olympische marathon gelopen, ondanks een verbod van de organisatie. Ze staat niet in de statistieken, maar ze liep de afstand in vier en een half uur. Tijdens de race werd ze bekogeld door verbaasde toeschouwers, die vonden dat alleen mannen mochten sporten.