Zojuist heb ik de Marathon-toren beklommen bij het Olympisch Stadion in Amsterdam, waarin het Olympisch vuur terugkeert op 23 juni. Om alvast te zien waar de laatste Nederlandse loper heengaat indien die ook die toren gaat beklimmen. Doe oude kleren aan, heb ik gezien, want het is er nogal stoffig. Vooral de laatste meters naar boven is onmogelijk voor iemand met wat postuur, want het wordt steeds smaller. En geloof me dat het niet prettig is om met een brandende vlam daar naar boven te gaan. Voor je het weet staat je haar in de fik. Hijs dat persoon daarom in een bakkie omhoog, net als in 1996 met Anton Geesink gebeurde. Want ook toen keerde het vuur in Amsterdam terug.

Als dat Vuur op in Amsterdam is, gaan er hier leuke dingen gebeuren. Een stoet fakkellopers loopt richting Stadion. Daar is dan onder meer een tentoonstelling over de toorts, die in de loop der decennia is gebruikt. Net als in Antwerpen twee dagen daarvoor, zoals ik eerder al schreef op Nu.nl. Er is wél een verschil: in Nederland zijn alle toortsen verzameld, en in België niet. Maar wat Antwerpen zo leuk maakt, is dat die toortsen zijn gedragen door inwoners Olympia, waar dat vuur met zo veel pracht en praal wordt ontstoken.

En tot slot voor mensen die de zondag daarna, de 27e dus, nog iets leuks willen doen. Dan zal Maurits Nibbering van het Olympiahuis rondleidingen geven door het Olympisch Stadion om uit te leggen wat architect Jan Wils wilde met zijn bouwwerk, waarvoor hij de gouden medaille won op het Olympisch kunstconcours van 1928. Hij begint in het Olympiahuis, voor het Stadion, om 12 uur, 13.30 en 15 uur. Ik heb zelf al eens meegelopen en het is werkelijk fantastisch om te horen en te zien wat Wils wilde. Want zijn creatie was geniaal. Alleen moet een specialist je er wel even op wijzen.