In Olympia staat het museum van de moderne Olympische Geschiedenis er niet op zijn best bij. In de gordijnen zitten bruine plakken, op het plafond vlekken en de bewaking is minimaal. In dit gebouw ligt de meest kostbare postzegelverzameling over de Olympische Spelen en alleen die verdient al meer bescherming dan nu. Om nog niet te spreken over de spiegel, die tijdens het ontsteken van het olympisch vuur gebruikt wordt om de zon te weerkaatsen. Die staat zo voor het grijpen op een kast, zonder enige beveiliging. Wat dat betreft is het een klein voordeel dat de meeste bezoekers van Olympia niet eens weten dat dit museum er ook is, alhoewel de verzameling prachtig is.

Toch vreemd dat het er zo slecht bij ligt, omdat de Spelen volgens de Grieken terugkeren naar huis. Waarom dan juist in Olympia zo’n museum er gehavend bijligt, is me een volkomen raadsel. Het levert af en toe lachwekkende situaties op: oude olympische toortsen, die willekeurig in de vitrines staan en soms zelfs tegen andere objecten staan aangeleund. Of het foto-overzicht van de IOC-voorzitters, waarin Jacques Rogge nog niet is te vinden. En hij is al drie jaar voorzitter…