Het WK Schaatsen van 1981 was voor Hilbert van der Duim een drama. Op de 5.000 meter stopte hij een rondje te vroeg in de race tegen de Noor Amund Sjöbrend – beelden hier. Veel te laat had hij door dat hij er nog 400 meter te gaan waren. Dat neemt niet weg dat Van der Duim één van de allerbeste schaaters was. Trouwens: hij is nooit gevallen over een poepje.

Aan het einde van het WK van 1981 was Amund Sjöbrend opeens kampioen. Laconiek zei hij over het memorabele slot van zijn 5.000 meter: “Ik kan mij niet voorstellen dat wat Hilbert van der Duim is overkomen mij ooit zal kunnen gebeuren.” Het zorgde er mede voor dat Noorwegen voor de eerste keer in zeven jaar weer eens een schaatswereldkampioen had – ook omdat Van der Duim een dag later onderuit ging op de 1.500 meter.

De Nederlander was er een week later weer overheen: “Ik heb het er maar even moeilijk mee gehad. Zondag na de 1.500 meter heb ik gedacht: gooi die schaatsen maar weg, want zo is er niets meer aan. Maar bij de start van de 10.000 meter was dat voorbij.”

Vogelpoep

In datzelfde jaar was Van der Duim op merkwaardige wijze ten val gekomen op het EK. In een eerste reactie zei de schaatser dat hij over vogelpoep was gevallen, waarna dit verhaal een eigen leven is gaan leiden.

Door dit soort fratsen wordt Van der Duim vooral herinnerd als een merkwaardig figuur, maar dat is onterecht. In 1980 werd hij namelijk wereldkampioen, en dat was sensationeel. In dat jaar had Eric Heiden alle gouden schaatsmedailles had gewonnen op de Olympische Winterspelen, plus de drie voorafgaande wereldkampioenschappen. Met dit toernooi maakte Van der Duim een einde aan het tijdperk-Heiden.

Heiden zei hierover: “Ik denk dat ik niet gemotiveerd genoeg was. Die Olympische Spelen zijn me niet in de koude kleren blijven zitten.”

In de zomer van 2007 was Van der Duim aanwezig bij het NK Klunen. Hij deelde daar de stempels uit. Hij hoefde zelf geen rondje meer te doen en kon zich dus ook niet vergissen.