Henk van der Grift was in 1961 de eerste Nederlander schaatser sinds 1905, die wereldkampioen werd. De vreugde was daarom enorm – verslag en beelden hiervan staan hier. Nederland telde eindelijk weer mee in de internationale schaatswereld. Nog datzelfde jaar werd de Jaap Edenbaan geopend, de eerste kunstijsbaan van het land voor de lange baan.

In de laatste veertig jaar hebben we 21 Nederlandse wereldkampioenen gehad, met Sven Kramer als laatste. We zijn daarom vergeten dat er ooit een tijd was, dat we niet goed waren in het internationale schaatsen. Van 1905 tot en met 1961 was er geen één Nederlandse schaatser die de beste van de wereld was.

Breukelen, de woonplaats van Henk van der Grift, stond door zijn wereldtitel volkomen op zijn kop. Nog nooit was er in dit dorp op zondag een vlag uitgehangen, maar in 1961 gebeurde dit voor de eerste keer. Dat hun dorpsgenoot op zondag had gewonnen, maakte voor één keer niet uit.

Na deze titel sprak opeens heel Nederland over schaatsen. Om tegemoet te komen aan die populariteit besloot de Nederlandse Sport Federatie kunstijsbanen te gaan bouwen. Vlak daarvoor had de NSF hierover nog een negatief besluit genomen, maar het tij was duidelijk gekeerd. Voor de bouw was een kwart miljoen gulden nodig – erg veel geld in die tijd.

Een medewerker van de Nederlandse Sport Federatie sprak Van der Grift daarop aan: “Jouw kampioenschap heeft ons 250.000 gulden gekost. Daardoor hebben we namelijk in alle haast besloten om in Amsterdam de Jaap Edenbaan aan te leggen.” Anders zou die baan er ook wel zijn gekomen, maar pas veel later.

Op 22 december 1961 werd de Jaap Edenbaan geopend, dus nog in hetzelfde jaar als de wereldtitel. Schaatsers als Ard Schenk en Kees Verkerk kregen eindelijk in eigen land de beschikking over goede faciliteiten. Nederland hoefde daarom niet weer 55 jaar te wachten op de volgende wereldtitel, maar slechts vijf. In 1966 was Verkerk namelijk de eerste na Van der Grift die het wereldkampioenschap won.