In De Nieuwe Kerk in Amsterdam is de tentoonstelling HELD begonnen, waar ook het museum van tv-programma Holland Sport is te zien. De tentoonstelling staat stil bij heldenverering en dat is natuurlijk méér dan sport. Als sporthistoricus heb ik echter beperkte interesses en mij daarom op vergeten Nederlandse sporthelden gestort. Zoals Piet Ooms, de zwemmer die champagne dronk tijdens zijn race. Of Bok de Korver, voetballer van Sparta, die niet wilde trainen, maar wel de beste was.

HELD is georganiseerd door het Rijksmuseum en De Nieuwe Kerk en tot 11 november te zien. Aanleiding hiervoor is het 400ste geboortejaar van één van de grootste helden uit de Nederlandse geschiedenis: Michiel de Ruyter.

Bij sport beginnen en eindigen we tegenwoordig zo’n beetje bij Johan Cruijff, alsof er niets anders is voortgebracht in de Nederlandse sport. Ook een eeuw geleden liepen mensen massaal uit voor wedstrijden en naar die momenten ben ik aan het zoeken.

Voetballer Bok de Korver van Sparta was rond 1910 al verschrikkelijk populair. “Moeder”, zou de jonge prinses Juliana tegen koningin Wilhelmina hebben gezegd. “Wat staan onze portretten toch dikwijls in de bladen, veel meer dan die van andere mensen.”

“Neen, Juliaantje,” antwoordde moeder. “Er is één mens, wiens portret meer in de bladen staat dan het onze. En dat is mijnheer De Korver uit Rotterdam.”

In 1922 werd de voetballer ernstig ziek en dreigde te overlijden. Het land hield zijn adem in. Een krant schreef: ‘Na een betrekkelijk rustigen nacht keerde gisteravond het bewustzijn terug en trad een merkbare verbetering in.’ Tot opluchting van iedereen herstelde De Korver zich.

Zwemmen

Ook een nationale volksheld was Piet Ooms, marathonzwemmer van begin twintigste eeuw. Waarschijnlijk was hij de eerste Nederlandse sporter met een persoonlijke coach en begeleider. Vanaf het begin van zijn carrière werkte hij samen met Bram Felleman, die hem vanuit een begeleidende boot van alles voorzag. Als Ooms een inzinking kreeg, ontkurkte Felleman een fles champagne tijdens de wedstrijd en sprong daarmee in het water om het bij de zwemmer naar binnen te gieten.

De meest indrukwekkende prestatie leverde hij in 1911 in zee, bij het Franse Le Havre. Daar vond een wedstrijd plaats over een afstand van 26 kilometer. Er begonnen 32 zwemmers, waarvan slechts twee de finish bereikten, met Ooms voorop. Nummer twee had een achterstand van maar liefst zes uur. De Fransen maakten daarna een gedenkplaat voor de Nederlander.

Waar zijn ze gebleven, die vergeten sporthelden? Onder andere in mijn aantekeningen en de komende tijd op Sportgeschiedenis.nl. Mijn volgende vergeten sportheld heeft ook al zo’n apart verhaal aan zijn kont hangen: hij is nooit wereldkampioen geworden omdat vlak voor de beslissende finale een Wereldoorlog uitbrak.

Later meer over deze man, die ook de uitvinder is van het reflecterende wit op uw fietsspatbord.