Goed nieuws! De gemeente Den Haag heeft besloten dat er een straat komt, die is vernoemd naar Aad Mansveld – de beste Haagse voetballer ooit. En dat in de dure wijk Blommendael, waar ze er helemaal geen zin in hadden. Protesten zijn terzijde geschoven, de gemeente zet door. En terecht: alles beter dan – we noemen maar – de Joop Atsmastraat, naar het CDA-kamerlid.

Geert Wilders hoeft niet zijn geweer te pakken om relschoppers uit Den Haag weg te jagen. Deze gemeente heeft namelijk heel moedig een protest van enkele maanden geleden terzijde geschoven. Er was onrust ontstaan in Blommendael, omdat bedacht was om juist daar een eigen straat te geven aan Aad Mansveld, de beroemdste voetballer van Den Haag.

Alleen het gebruik van ‘straat’ was al affreus, omdat het een buurt is van boulevards, parken en pleinen. En Aad Mansveld staat toch veel te ver weg van de Blommendaelertjes, wonend in een wijk waar alleen volkse elementen worden toegelaten om voor een schandalig uurloon de dure huizen te poetsen.

Bombarderen, graag

Mijn gedachten dwalen af. Stel dat we moeten kiezen tussen een Aad Mansveldstraat en – pak hem beet – een Joop Atsmastraat, vernoemd naar het CDA-kamerlid. Bij de eerste zien we een sporter, die zijn stad jarenlang plezier en succes heeft geschonken. Bij de tweede ontstaan apocalyptische beelden van een kleurloos huizenblok met permanente regenbuien en om de twaalf meter een bord met in loeiende letters VERBODEN! Alle zijstraten lopen hier dood, iedereen huilt er 24 uur per dag. Een Joop Atsmastraat is een gebied, dat jarenlang is getroffen door bombardementen, die eigenlijk zo snel mogelijk moeten worden hervat.

Gemeente Den Haag, namens de Nederlandse bevolking dank ik u voor uw doortastendheid om de Aad Mansveldstraat aan te leggen in Blommendael. Het is een saluut aan al die volkse elementen, die in de randen van de nacht voor een schandalig uurloon de dure huizen poetsen. Tevens besparen we door uw besluit de bommen voor op de Joop Atsmastraat.

Jaja, Den Haag laat zien dat vanaf nu alle nieuwe straten in dit land moeten worden vernoemd naar sporters. In 1997 probeerde ik het trouwens al, maar liep toen stuk op de ambtenaren van Amsterdam.

Manus Cruijffstraat

Deze maand precies tien jaar geleden stuurde ik een brief naar deelraad Amsterdam Oost. Waar ooit Ajax-stadion De Meer had gestaan werd een woonwijk gebouwd, waarvoor nog leuke straatnamen werden gezocht. Daar had ik over nagedacht: zoek je inspiratie bij de vooraanstaande mensen uit de Ajax-geschiedenis.

In mijn brief stond: ‘De gedachte achter een dergelijke wijk is dat de voetbalclub enorm veel heeft betekend voor zowel Amsterdam als de Watergraafsmeer. Een Ajax-wijk erkent de maatschappelijke waarde van deze club en biedt veel mensen de kans op een originele manier hun clubliefde in te vullen.’

Daarop volgde zeventien namen uit de clubgeschiedenis, die gebruikt konden worden als voorbeeld. Ze voldeden exact aan de Amsterdamse criteria voor straatnamen: de naamgevers waren reeds overleden, hadden geen illegale wapens verkocht en waren zover bekend in de Tweede Wereldoorlog geen lid geweest van de NSB of de SS. Als uitsmijter stelde ik een Manus Cruijffstraat voor, naar de overleden vader van Johan en Hennie, maar het was aan ambtelijke dovemansoren gericht.

Een brug te ver

Om een saai verhaal kort te houden: het stadsdeel wilde uiteindelijk toch iets doen met Ajax in de nieuwe woonwijk, maar dan zonder verwijzingen naar oud-Ajacieden. De ambtenaren kwamen daarop met een lachwekkend idee: vernoem de straten naar de stadions waar Ajax zijn grote internationale prijzen heeft gewonnen.

Klinkt leuk, maar in 1972 won Ajax de Europa Cup 1 in Stadion Feyenoord en in 1995 de Champions League in het Ernst Happel Stadion. Voor de duidelijkheid: Happel is een van de beroemdste trainers uit de Feyenoord-historie.

Met andere woorden: er worden ambtenaren betaald om met het idee te komen een Stadion Feyenoordstraat te bouwen op de plek waar Ajax ruim een halve eeuw lang zijn thuiswedstrijd speelde. Zelfs als Feyenoord-supporter moest ik hier lang en hartelijk om lachen.

Na nog een gruwelijke inspraakavond op het stadsdeel hield ik er mee op en hervatte mijn normale leven. Zak er dan maar in met die Ajax-wijk! Tien jaar later moeten we ons troosten met twaalf Ajax-bruggen. En de straten zijn inderdaad vernoemd naar voetbalstadions, maar die van Feyenoord toch maar niet. Nou, dank jullie wel, hoor.

Den Haag leve hoog

Maar Den Haag heeft zich niet laten kisten door het lafhartige verzet van de Blommendaelertjes. Het heeft zich in tegenstelling tot Amsterdam tien jaar geleden kranig geweerd en Aad Mansveld de eer gegeven, die hij verdient. Elke sporter heeft recht op een straat!