Ed van Thijn, oud-burgemeester van Amsterdam en PvdA-prominent, neemt afscheid van de Eerste Kamer. Een kwart eeuw geleden wilde hij de Olympische Spelen van 1992 naar zijn stad halen – gevalletje Rotterdam-pesten. In diezelfde tijd wilde hij ook het Olympisch Stadion Amsterdam slopen. Van Thijn meldde dat vier jaar geleden allemaal in één van zijn boeken.

Van Thijn dook vaak op in de sport: behalve als initiator van de olympische campagne ook als parlementariër rond discussies over sportboycots. En begin jaren negentig hield hij dus een pleidooi voor de sloop van het Olympisch Stadion. Dat schreef hij vier jaar geleden in zijn boek B.M.

B.M. is het boek, waarin Van Thijn opschreef wat hij als burgemeester van Amsterdam zoal heeft meegemaakt. De dood van kraker Hans Kok, het eerste gemeenteraadslid van de racistische Centrumpartij en de Bijlmerramp, om maar eens wat te noemen. Maar ook de mislukte kandidatuur voor de Olympische Spelen van 1992. De reden waarom Amsterdam besloot om zich hierin te storten, klinkt met terugwerkende kracht nogal kleinzielig: het licht uit de ogen halen van Rotterdam.

Het was de Spaanse IOC-voorzitter Juan Samaranch zelf, die via NOC*NSF burgemeester Van Thijn warm maakte voor een olympische campagne. Alhoewel op voorhand Barcelona de Spelen van 1992 niet kon ontlopen – Spaanse voorzitter Samaranch matst Spaanse stad Barcelona – leek het de Amsterdamse burgemeester toch wel wat. Van Thijn twijfelde aanvankelijk nog heel even over de hoge kosten - juist in een tijd van bezuinigen. Maar toen werd bij hem heel doeltreffend een gevoelige snaar geraakt: ook Rotterdam zou worden benaderd voor een olympische bid.

Van Thijn: ‘Ik denk koortsachtig na. Een Amsterdamse kandidatuur is uiteindelijk kansloos. Barcelona, de stad van Samaranch, is nu al de gedoodverfde winnaar. Bovendien heeft Amsterdam de Spelen al een keer georganiseerd, in 1928. Maar om de voordelen die louter de kandidatuur al met zich meebrengt zonder slag of stoot aan Rotterdam te laten, gaat me toch te ver.’

En zo stortte Amsterdam zich in het avontuur, dat dramatisch afliep. In de eerste stemronde van het IOC viel de stad af, ondanks een kas van een kleine achttien miljoen gulden (volgens De Volkskrant trouwens 21,5 miljoen) en hoopvolle verwachtingen om tweede te worden na Barcelona. Volgens Van Thijn ging het vooral mis door de aanwezigheid van tegenstanders van de Olympische Spelen, die zich onder Saar Boerlage hadden verenigd. ‘Er is een factor waar we minder vat op hebben, een nogal lastig probleem: de aanwezigheid van een groep militante actievoerders, merendeels afkomstig uit de Amsterdamse kraakbeweging.’

Slopen!

Begin jaren negentig wilde Van Thijn het Olympisch Stadion slopen. In het hoofdstuk Arena schrijft hij over de moeizame totstandkoming van het nieuwe Ajax-stadion. Daarin merkt hij tevens op dat met zo’n nieuw onderkomen er wel iets anders moest verdwijnen:

‘Het idee om een nieuw stadion te bouwen is een voortvloeisel van de olympische kandidatuur. Het bestaande voldeed in de verste verte niet aan de tegenwoordige eisen van het IOC en dus moest er een nieuw komen, compleet met atletiekbaan. Als locatie werd Amsterdam-Zuidoost gekozen, een plek bij Strandvliet. Voorwaarde was wel dat het monumentale Olympisch Stadion uit de jaren twintig zou worden afgebroken – een hard gelag voor de echte voetballiefhebbers, maar twee stadions zou de financiële spankracht van Amsterdam te boven gaan.’

Het is dus maar goed dat Amsterdam die Spelen bespaard is gebleven, want anders had het Olympisch Stadion niet meer bestaan. Of de stad had net als Athene 2004 net op tijd moeten bedenken dat het juist extra charmant is om zowel in een nieuw als in het voormalige Olympische Stadion evenementen te organiseren. In Griekenland was namelijk de hoofdmoot van het feest in het nieuwe Stadion, maar het oude werd gebruikt voor het boogschieten en de finish van de marathon – zowel voor de vrouwen als de mannen. Om nog maar te zwijgen over het klassieke Olympia, waar het kogelstoten was.

Maar de kans dat Van Thijn en zijn PvdA op dat idee zouden zijn gekomen, lijkt te verwaarlozen. Die partij stond in die tijd in de hoofdstad niet voor niets bekend als een verzameling van betonsocialisten

Sport in foute landen

In de jaren zeventig en tachtig was de internationale sport vergeven van internationale politiek: het WK Voetbal van 1978 in een dictatoriaal Argentinië bijvoorbeeld, sport in een racistisch Zuid-Afrika en de boycots van de Olympische Spelen van 1980 (Moskou) en Los Angeles (1984). Van Thijn speelde als parlementariër een belangrijke rol in deze discussies.

Het was voor de Nederlandse politiek en sport urgent om te komen tot algemene regels voor een eventuele sportboycot. Gelden voor voetballers dezelfde regels als tafeltennissers? Wat voor sancties moeten er komen als een sporter een boycot omzeilt? Zijn linkse dictaturen net zo fout als rechtse regimes?

“Je kunt niet alles boycotten”, zei Van Thijn hierover in 1981.“Daarbij geldt niet alleen hoe slecht is het land, maar ook: hoe belangrijk is de sport. Uit dat gezichtspunt zijn er maar enkele items interessant om mee te werken. Dat zijn de Olympische Spelen, het wereldkampioenschap voetbal en – als Frankrijk een dictatuur zou zijn – de Tour de France.”

Maar als dat zo is, kwam meteen de vraag op waarom de PvdA kon toestaan dat de Nederlandse Olympiërs in 1980 wél naar Moskou mochten, naar de Olympische Spelen. Is een communistische dictatuur voor de sociaal-democratie minder erg dan wat er gebeurde in het rechtse Argentinië of Chili? Wel zeuren over het WK Voetbal van 1978 en opeens niet meer bij de Spelen?

Van Thijn erkende dat zijn partij zich in 1980 inderdaad harder had moeten opstellen. “Als PvdA hebben wij naar mijn gevoel de inval in Afghanistan onderschat.”

De sportman

Ed van Thijn heeft daarnaast nog regelmatig op andere manier iets voor de sport gedaan. Sinds 1997 is hij lid van de ledenraad van Ajax, hij zat bij de begeleidingscommissie evaluatie EK 2000, en was onderdeel van de stuurgroep Sport, tolerance and fair play.

In B.M. merkt hij nog op aan basketbal te doen, te roeien en te joggen. Daar heeft hij vanaf woensdag opeens heel wat meer tijd voor.