Het aantal vuurwerkslachtoffers was tijdens de afgelopen jaarwisseling bijna 70 procent kleiner dan een jaar eerder, meldt VeiligheidNL dinsdag. Het ging om 383 personen. Onderzoeker Birgitte Blatter stelt dat het aantal gewonden gezien het vuurwerkverbod "toch nog best groot is".

Het kabinet probeerde met het tijdelijke afsteekverbod het gezondheidsstelsel te ontzien en dus niet met extra patiënten op te zadelen. Een jaar eerder meldden zich nog ruim dertienhonderd vuurwerkslachtoffers bij huisartsen en spoedeisendehulpafdelingen.

Tijdens de afgelopen jaarwisseling belandden in totaal 108 mensen als gevolg van vuurwerk op de afdeling spoedeisende hulp. 275 personen gingen met lichtere verwondingen naar huisartsenposten. Tijdens de voorgaande jaarwisseling ging het om respectievelijk 385 en 900 personen. Het merendeel van de slachtoffers (63 procent) was twintig jaar of jonger.

Zoals tijdens iedere jaarwisseling moesten bij meerdere patiënten amputaties worden verricht. Het gros van de patiënten (41 procent) werd behandeld aan brandwonden aan handen en vingers, terwijl 14 procent van de vuurwerkslachtoffers oogletsel opliep. Een jaar eerder liep ruim een kwart van alle slachtoffers oogschade op.

Het Oogziekenhuis Rotterdam, dat normaliter 10 tot 15 procent van alle vuurwerkslachtoffers met oogletsel behandelt, bestempelde de afgelopen jaarwisseling eerder al als "de rustigste in jaren".

VeiligheidNL werkte voor het onderzoek samen met alle spoedeisendehulpafdelingen en drie kwart van alle huisartsenposten in Nederland. De cijfers omvatten alleen slachtoffers die zich op 31 december en 1 januari bij zorginstellingen hebben gemeld. Meer dan honderd zorginstanties leverden ook informatie over de toedracht van het letsel aan.