Rond jaarwisseling 434 slachtoffers van vuurwerkongeluk naar ziekenhuis

Op 31 december en 1 januari zijn 434 slachtoffers van een vuurwerkongeval behandeld op een afdeling spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Dat zijn er 39 minder dan tijdens de vorige jaarwisseling.

Dat blijkt uit onderzoek door VeiligheidNL en de NOS. Voor het eerst is ook onderzoek gedaan naar het aantal vuurwerkgewonden dat zich bij huisartsenposten meldde. Dat waren er circa zevenhonderd.

Net als in eerdere jaren werden de meeste mensen voor brandwonden behandeld (36 procent) en oogletsel (27 procent).

Het aantal slachtoffers dat jonger is dan vijftien jaar steeg wel van 99 naar 119. Twaalf kinderen liepen letsel op door gevonden vuurwerk. Bijna de helft van alle vuurwerkslachtoffers was jonger dan twintig jaar.

Knalvuurwerk veroorzaakte ruim de helft van de gewonden. Het aandeel van illegaal vuurwerk ligt net als voorgaande jaren rond de 22 procent, aldus de onderzoekers.

Letsel

Leden van de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT) zagen deze jaarwisseling over het hele land ruim negentig patiënten met vuurwerkletsel, onder wie veertig kinderen. 

"Het totaal aantal slachtoffers is met ruim een kwart toegenomen ten opzichte van afgelopen jaar, 95 patiënten tegen 72 patiënten vorig jaar", aldus de organisatie. Hoe dat precies komt, is nog niet vastgesteld.

Brandwonden

Volgens de NVT moest bijna 30 procent van de gewonden meteen of uiterlijk de volgende dag worden geopereerd en een even grote groep zal waarschijnlijk blijvende schade ondervinden.

De Nederlandse Brandwonden Stichting meldde eerder dat er rond de jaarwisseling 66 mensen zich bij brandwondencentra hadden gemeld. In totaal hebben zich tussen 23 december en 3 januari 135 mensen met brandwonden gemeld.

Bij 27 slachtoffers waren de brandwonden zo ernstig dat zij moesten worden opgenomen, 75 mensen zijn poliklinisch behandeld.

Lees meer over:
Tip de redactie