DEN HAAG - De Opta moet zijn huiswerk beter doen als de toezichthouder de telecombedrijven wil dwingen tot lagere tarieven voor het bellen van een vaste lijn naar een mobieltje. Dat blijkt uit de motivering die het College van Beroep voor het bedrijfsleven dinsdag heeft gegeven voor het verwerpen van Opta-besluiten over dit onderwerp twee weken geleden.

De Opta wilde vanaf halverwege dit jaar het bellen van een vast toestel naar een mobiele telefoon goedkoper maken. Volgens de telecomtoezichthouder zijn de tarieven nog steeds te hoog, omdat partijen als KPN, Orange, Tele2, T-Mobile en Vodafone de dienst uitmaken op hun eigen netwerken.

Volgens het College van Beroep heeft de Opta echter onvoldoende duidelijk kunnen maken dat de partijen beschikken over een aanmerkelijke marktmacht op het gebied van mobiele gespreksafgifte, ofwel het doorgeven van een telefoontje van een vaste lijn naar een mobieltje.

Onafhankelijk

Aanmerkelijke marktmacht zou betekenen dat een bedrijf zich in belangrijke mate onafhankelijk van concurrenten, klanten en consumenten kan gedragen. De telecomsector voerde bij het college aan dat dit niet het geval is.

Daarnaast vraagt het beroepscollege zich af of de Nederlandse Mededingingsautoriteit niet beter kan optreden als de bedrijven inderdaad beschikken over een te machtige positie. Ook moet de Opta beter uitleggen wanneer en waarom er sprake is van buitensporig hoge tarieven.

Besluiten

Een woordvoerster van de Opta verklaarde dinsdag dat er nieuwe besluiten zullen worden voorbereid. Hoe lang dat gaat duren, kon zij niet zeggen. De Opta heeft twee jaar gewerkt aan de besluiten die nu met succes zijn aangevochten door de telecombedrijven.

De Opta-woordvoerster noemde het oordeel van het College van Beroep voor het bedrijfsleven "bijzonder betreurenswaardig" voor de consument, die nu moet wachten op lagere tarieven.