UTRECHT - Zo'n 2.500 blinde of slechtziende leerlingen krijgen steeds vaker te maken met digitaal lesmateriaal dat voor hen niet toegankelijk is. Ook examens afleggen wordt steeds lastiger, stelt de belangenorganisatie WEC-Raad voor het speciaal onderwijs donderdag.

Woordvoerder Henk Snetselaar pleit voor een wettelijke plicht voor uitgevers om hun lesmateriaal zo te produceren dat het wel toegankelijk is. "Als we niet uitkijken moeten zij weer allemaal terug naar speciale scholen voor blinden, terwijl we juist willen dat ze naar het gewone onderwijs gaan", zegt hij. Het probleem is urgent, want vanaf volgend jaar zal een toenemend aantal examenvakken met computers worden afgenomen.

Braille

Het probleem is dat schoolboeken steeds vaker zijn voorzien van CD-roms en er steeds vaker gebruik gemaakt wordt van internet of van filmpjes op een manier die voor blinden en slechtzienden niet toegankelijk is. De computerprogramma's waarmee zij teksten in braille, grote letters of spraak kunnen omzetten zijn vaak niet in staat dergelijk materiaal te lezen.

Ook bij de proeven die het CITO en de Informatie Beheer Groep (IBG) doen met digitale examens gaat het niet goed, zo blijkt uit een onderzoek van Dedicon (voorheen de Federatie Nederlandse Blindenbibliotheken). Het digitale vmbo-examen natuur- en scheikunde voor 2007 is voor blinde of slechtziende leerlingen niet te maken, zo is vastgesteld.

Dedicon overlegt momenteel met het CITO, de IBG en de centrale examencommissie (CEVO) over een oplossing. Dat kan aangepaste software zijn of een vergelijkbare, maar wel leesbare opdracht voor deze specifieke doelgroep. Volgens Dedicon is er wel begrip voor het probleem.

Richtlijnen

De WEC-Raad is minder optimistisch. Er zijn richtlijnen voor het ontwikkelen van toegankelijke software, stelt Snetselaar. Maar het is niet verplicht die te volgen. De ontwikkelaars van digitale educatieve programma's en examens doen dat dan ook vaak niet.

Zij zijn onbekend met die richtlijnen, óf het is economisch voor hen niet interessant om daarmee rekening te houden, legt Snetselaar uit. De doelgroep, leerlingen met een zintuiglijke beperking, is immers klein en daaraan is niet veel te verdienen.

Hij vindt dat de overheid de handschoen moet oppakken en er voor moet zorgen dat dit probleem wordt opgelost. Niet alleen met een wet, maar ook met stimuleringsgeld.