TILBURG - Nieuwe communicatietechnologieën als e-mail, sms en internettelefonie en onderscheppingstechnieken als 'snifferen' maken de mogelijkheden voor opsporingsdiensten om gegevens te verzamelen aanzienlijk groter. De wetgeving op dit terrein moet worden aangepast, want er zijn schemergebieden aan het ontstaan.

Dat betoogt jurist Arno Smits in zijn proefschrift Strafvorderlijk onderzoek van telecommunicatie, waarop hij vrijdag hoopt te promoveren aan de Universiteit van Tilburg.

Volgens de promovendus heeft de wetgever de oude regels voor justitieel onderzoek van telecommunicatie "zonder enige bedenking" toegepast op "een inmiddels ingrijpend veranderde telecommunicatieomgeving".

Inhoud

Smits maakte onder meer studie van zogeheten sniffermachines. Dat zijn programma's die op internet gericht kunnen zoeken naar mails van bepaalde adressen en personen en naar informatie met een bepaalde inhoud.

Smits keek vooral naar Carnivore, het Amerikaanse internetmonitoringssysteem dat in gebruik is bij de federale recherche FBI. Volgens de promovendus zou het kunnen dat in Nederland "binnen afzienbare tijd" met een vergelijkbaar interceptiesysteem gewerkt gaat worden.

Geheimzinnigheid

"Rondom interceptie van internetverkeer heerst in ons land helaas een grote sluier van geheimzinnigheid", schrijft Smits. Ook na uitvoerig onderzoek werd hem niet helemaal duidelijk hoe en op welk niveau Nederlandse opsporingsdiensten internetgegevens verzamelen.

Smits bepleit dat de Nederlandse overheid "een onafhankelijk instituut laat onderzoeken met wat voor soort sniffersysteem verkeers-, en inhoudgegevens van de digitale snelweg geplukt worden of kunnen worden." Het instituut moet nagaan welke partijen bij het onderscheppingsproces betrokken zijn, wat de gevolgen zijn voor de privacy en welke maatregelen er ter bescherming en controle bestaan.