AMSTERDAM - Dertien steden zijn blij met het besluit van de Tweede Kamer om gemeenten in sommige gevallen het initiatief te laten nemen voor het aanleggen van een glasvezelnetwerk. Dat laat Stedenlink, een netwerk van gemeenten die zich verder willen ontwikkelen als kennissteden, weten.

Met glasvezelnetwerken kunnen snellere internetverbindingen tot stand worden gebracht.

De VVD stelde eerder deze week dat het aanleggen van netwerken door de gemeente lijdt tot oneerlijke concurrentie ten opzichte van kabelexploitanten als UPC en Casema. De partij stelde daarom voor de gemeenten alleen een minderheidsaandeel in glasvezelnetwerken te laten nemen.

Het voorstel werd onder druk van met name het CDA gewijzigd. Gemeenten mogen volgens het nieuwe voorstel wel een meerderheidsbelang nemen als de situatie hierom vraagt. "Denk bijvoorbeeld aan plattelandsgebieden of achterstandswijken, waar het voor private investeerders niet rendabel is een glasvezelnetwerk aan te leggen", zegt Tweede-Kamerlid Jos Hessels (CDA). Het gewijzigde voorstel werd dinsdag in de Kamer goedgekeurd.

Spelregels

De dertien samenwerkende gemeenten, waaronder steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, kunnen met de nieuwe spelregels uit de voeten. Volgens bestuurslid Gosse Hiemstra van Stedenlink, wethouder van de gemeente Deventer, kan een netwerk eventueel na vijf jaar worden verkocht aan bedrijven.

De Eerste Kamer bespreekt het voorstel nog na het zomerreces.