DEN HAAG - Het Nationaal Meldpunt Cybercriminaliteit gaat niet open op 1 januari, zoals het kabinet hoopte. Procedures voor de aanbesteding van programma- en apparatuurleveranties duren langer dan verwacht, aldus een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken dinsdag. Het is nog onduidelijk hoeveel vertraging het project heeft opgelopen.

Minister Donner (Justitie) schreef in augustus aan de Tweede Kamer dat het loket mogelijk al begin januari open zou gaan. In eerste instantie is het meldpunt bedoeld voor klachten over haatzaaiende en terroristische uitingen.

Het vormt de eerste stap naar een volwaardig systeem om strafbare inhoud van berichten op internet zoals kinderporno, discriminatie en inbreuken op auteursrechten snel te kunnen verwijderen (notice-and-take-down). Onmiskenbaar terechte meldingen worden meteen doorgegeven aan de internetaanbieder die de inhoud verwijdert.

Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) is momenteel bezig met de inrichting van het meldpunt. Het is eveneens nog onduidelijk wie het loket moet gaan bemannen. Het National High Tech Crime Center (NHTCC) heeft zich daarvoor aangeboden, maar de toekomst van die pilot is ook nog onzeker.

In een overleg met de Tweede Kamer kon Donner dinsdag geen garanties geven over het voortbestaan van het NHTCC. De minister wacht nog op de afronding van een eindadvies. Tot die tijd gaat het centrum wel door met de opsporing van misdaden met en tegen informatie- en communicatietechnologie (ICT), verklaarde hij.