AMSTERDAM - Kinderporno op internet neemt schrikbarend toe. En de verzenders van kinderporno zijn steeds moeilijker te traceren omdat zij constant nieuwe wegen zoeken om hun materiaal te verspreiden. Dat blijkt uit het jaarverslag 2001 van het Meldpunt Kinderporno.
Meldpunt Kinderporno

Het meldpunt kreeg in 2001 5076 meldingen van kinderporno op internet binnen via het e-mailadres meldpunt@meldpunt.org. Dat is ruim een kwart meer dan het jaar daarvoor (4008). Vooral de verspreiding via e-mail (275 meldingen tegenover 30 in het jaar ervoor) en chatboxen (351 tegen 77) is enorm gegroeid. Kinderporno in deze omgevingen zijn moeilijk vast te leggen en te documenteren voor aangifte bij de politie. Daarom kan de organisatie betrekkelijk weinig doen met dit soort meldingen.

In 2001 is 37 keer aangifte gedaan bij de politie. Hier zijn 35 zaken voor justitie uit voortgekomen. Het meldpunt hoopt in de toekomst meer aangiften te kunnen doen door de komende wijzigingen van de zedelijkheidswetgeving.

Digitale technieken

De wijzigingen moeten virtuele kinderpornografie, waarbij met digitale technieken levensechte beelden zijn te vervaardigen zonder de fysieke betrokkenheid van kinderen, strafbaar maken. In de bestaande strafbepaling is die betrokkenheid voorwaarde voor strafbaarheid. Ook stelde toenmalig minister van Justitie Korthals voor de leeftijdsgrens van de slachtoffers te verhogen van zestien naar achttien jaar.

Verder verwacht het meldpunt veel van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Die moet de medewerkingsverplichting regelen van internetproviders om identificerende gegevens te verstrekken in strafrechtelijke onderzoeken.