De landen die behoren tot de zogenoemde Five Eyes-inlichtingengemeenschap hebben niet altijd op één lijn gezeten als het over het spionagerisico omtrent Huawei gaat. Dat zegt Ciaran Martin, het hoofd van het Britse nationale cybersecuritycentrum, dat onderdeel is van de Britse geheime dienst GCHQ.

"Het is een feit dat er het afgelopen decennium onder de Five Eyes verschillende benaderingen zijn geweest over Huawei en andere zaken", zei Martin op de radio tegen de BBC.

De Five Eyes bestaat uit vijf landen waarvan de geheime diensten onderling nauw samenwerken. Naast het Verenigd Koninkrijk zijn ook Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten lid van de inlichtingengemeenschap.

Met zijn opmerking verwijst Martin naar de Verenigde Staten, die op westerse bondgenoten druk uitoefenen om het Chinese bedrijf Huawei uit hun toekomstige 5G-netwerken te weren.

Eerder op woensdag berichtte Reuters dat het Verenigd Koninkrijk gaat toestaan dat Huawei onderdeel kan worden van het 5G-netwerk in het land. Martin wilde niet reageren op deze berichtgeving. In februari zei hij wel dat de risico's van Huawei-apparatuur "beheersbaar" zijn en dat het Verenigd Koninkrijk geen bewijs voor Chinese spionage heeft.

GCHQ: 'Herkomstland ondergeschikt aan technische veiligheid'

Jeremy Fleming, de directeur van de Britse geheime dienst GCHQ, zegt woensdag dat het herkomstland ondergeschikt is aan de technische veiligheid van de apparatuur.

"Wanneer we een bedrijf analyseren voor de geschiktheid om apparatuur voor Britse telecomnetwerken te leveren, kijken we naar de risico's die voortkomen uit de veiligheid en ontwikkelprocessen", zegt Fleming. "Een indicatie van herkomst van 5G-apparatuur is belangrijk, maar een secundaire factor."