De politie overtreedt nog steeds privacyregels door video's met privégegevens op YouTube te plaatsen, concludeert het onderzoeksprogramma Pointer. Volgens het tv-programma is de politie sinds de publicatie van eigen richtlijnen voor sociale media in vijftien video's de fout in gegaan.

De zogenoemde 'politievlogger' plaatst op YouTube video's van zijn alledaagse werkzaamheden. De politie mag in deze video's echter geen informatie kenbaar maken die direct of indirect herleidbaar is naar personen.

In 53 video's, die op YouTube zijn gepubliceerd ná de openbaarmaking van eigen richtlijnen van de politie in mei 2018, vond Pointer 22 incidenten, verspreid over vijftien video's.

Het tv-programma De Monitor concludeerde in twee afleveringen in 2017 en 2018 al dat in de politievlogs persoonlijke gegevens, zoals de identiteit van een persoon of diens woonadres, te herleiden zijn. In april maakte minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) bekend dat de politie in ieder geval twee keer de fout in is gegaan.

In mei 2018 maakte de politie zijn richtlijnen voor de video's op sociale media openbaar. Daarin staat dat herleidbare gegevens, zoals een gezicht, tattoo of opvallende auto, onherkenbaar moeten worden gemaakt.

In een verklaring aan Pointer laat de politie weten dat de video's langs de richtlijnen worden gelegd, maar dat "fouten nooit 100 procent uit te sluiten" zijn. Volgens het tv-programma ging de politie verder niet concreet op de onderzoeksresultaten in.