De overheid van de Verenigde Staten gebruikt onder meer beelden van slachtoffers van kindermisbruik om software voor gezichtsherkenning te testen. Dat meldt het Amerikaanse online tijdschrift Slate op basis van eigen onderzoek.

Ook gezichten van mensen die naar de VS willen immigreren, overleden verdachten, vliegtuigpassagiers en verdachten van misdrijven worden gebruikt om software voor gezichtsherkenning te testen.

Het gaat om een test van het Amerikaanse ministerie van Economische Zaken. Bedrijven die met technologie voor gezichtsherkenning werken, kunnen bij de overheid aankloppen om hun software op accuraatheid te testen. Die proef maakt gebruik van afbeeldingen uit verschillende bronnen.

Een woordvoerder van de Amerikaanse ministerie van Economische Zaken laat aan Slate weten dat de gegevens uit de test "door andere overheidsinstanties verzameld worden voor hun originele taken". Ook bevestigt zij dat de test door het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid (Homeland Security) gebruikt is om het gebruik van gezichtsherkenning rond kindermisbruik te testen.

Dit programma is volgens Slate sinds in ieder geval sinds 2016 actief en gebruikt afbeeldingen van "kinderen die in leeftijd variëren van baby tot tiener", waarbij in de meeste gevallen "dwang, misbruik en seksuele activiteit" zichtbaar is.

Database niet representatief

De foto's van verdachten en overleden gedetineerden komen uit een database die sinds 2010 wordt bijgehouden. Volgens gegevens van Slate bestaat bijna de helft van de database uit afbeeldingen van Afro-Amerikanen, hoewel ongeveer een op de acht inwoners van de VS tot die gemeenschap gerekend wordt.

Deze niet-representatieve verhouding kan volgens Slate leiden tot vooroordelen in software die voor gezichtsherkenning gebruikt wordt. Critici waarschuwen dat de software op die manier uiteindelijk racistisch misbruik tegen Afro-Amerikanen kan faciliteren.