Bureaus die passanten in winkelgebieden tellen aan de hand van wifi, komen voor de zomer met een gezamenlijk, landelijk register waarmee burgers zich voor die telling kunnen uitschrijven. Dat zegt Wim van Slooten, directeur van de brancheverenging voor Marketing-insights, Onderzoek & Analytics (MOA), tegen NU.nl.

Het 'wifi-me-nietregister' wordt als onderdeel van een zelfopgelegde gedragscode door MOA beschikbaar gesteld aan al zijn leden die aan wifitracking, door hen omschreven als "passanten tellen via wifi", doen.

Door zich eenmalig in te schrijven voor dat register worden burgers in het hele land niet meer gevolgd door wifitrackingsystemen van MOA-leden.

Via wifitracking wordt in kaart gebracht hoeveel mensen wanneer op welke plekken in bijvoorbeeld een winkelstraat komen en hoelang zijn daar bleven. Die informatie kan interessant zijn voor gemeentes, overheden en bedrijven.

Verzamelen persoonsgegevens zonder toestemming

Om er onder meer voor te zorgen dat het telsysteem passanten niet dubbel telt, krijgen voorbijgangers een nummer toegewezen op basis van het MAC-adres van hun telefoon. Dat is een uniek identificatienummer waarmee apparaten zich herkenbaar maken voor een wifinetwerk.

Die nummers krijgen van de trackingbureaus een pseudoniem en worden vervolgens geanonimiseerd. Zo zijn de nummers volgens de bedrijven niet te herleiden naar individuele gebruikers en weten de telbureaus toch dat hun gegevens nauwkeurig zijn.

Opslaan van die unieke identificatienummers valt volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) echter onder het verzamelen van persoonsgegevens en dat mag niet zonder toestemming van de gebruiker. De AP waarschuwde daar eind 2018 nog nadrukkelijk voor.

'Geen toestemming nodig voor tellen voor statistische doeleinden'

Het bedrijf Bureau RMC is een van de leden van MOA en telt in opdracht van veel Nederlandse gemeenten passerend publiek aan de hand van wifi. RMC-directeur Huib Lubbers wijst erop dat zijn bedrijf werkt met geanonimiseerde cijfers, en dus nadrukkelijk geen personen kan herleiden.

"Ik ben tegen wifitracking", zegt Lubbers. "Wij doen niet aan tracking en volgen het publiek dus niet door de hele binnenstad. Wij maken een telling op een aantal punten, op basis van geanonimiseerde gegevens." Dat verschil tussen tracking en tellen is cruciaal, zegt zowel Lubbers als Van Slooten. "Voor het tellen van passanten voor statistische doeleinden is geen toestemming nodig."

Lubbers stelt dat zijn bedrijf bij het automatisch tellen daarom aan de gedragsregels voldoet. "We anonimiseren en zijn open en transparant over onze methode, waarom we de informatie verzamelen en wat ermee gebeurt. We waarschuwen het publiek met bordjes en bieden mensen de mogelijkheid zich uit te schrijven."

AP wil niet op zaken vooruitlopen

De integriteitscode waarin de MOA-leden hun methode van wifitracking en hun wifi-me-nietregister willen vastleggen wordt half maart ter goedkeuring aan de AP overhandigd. Maar het blijft de vraag of die methode wel is toegestaan volgens de privacywet AVG, en de autoriteit wil daar niet op vooruitlopen.

"Toch werken wij al negen jaar op deze manier en heeft de AVG niks veranderd ten opzichte van de Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens die daaraan voorafging", zegt Lubbers. "In die negen jaar is onze werkwijze onderzocht, maar zijn we nooit op de vingers getikt, want we voldoen aan de regels."

De AP benadrukt dat de AVG een zogenoemde opt-out-methode niet toestaat. De wet staat verzameling van persoonsgegevens volgens de waakhond alleen toe nadat personen nadrukkelijk toestemming hebben gegeven, niet andersom.

"Los daarvan moet je je bijvoorbeeld als gemeente afvagen of het wenselijk en noodzakelijk is om mensen in de openbare ruimte nauwkeurig te volgen", zegt woordvoerder Martijn Pols van AP. "Mensen moeten zich in de openbare ruimte in beginsel onbespied kunnen wanen."

'Besef belang privacy groeit'

Volgens de AP is er sinds de invoering van de AVG een groeiend besef onder gemeenten over de inzet van wifitracking. Pols van de AP prijst de functionaris gegevensbescherming van de gemeente Tilburg, die de door de gemeente geregelde wifitracking een halt toeriep.

Onderzoeksbureau Locatus is voorlopig gestopt met het aanbieden van gegevens op basis van wifitracking. "Ik weet nu niet hoe we hiermee verder gaan", zegt Locatus-directeur Peter Nieland. Gezien de uitspraak van de AP ziet Nieland de toekomst van wifitracking in winkelstraten somber in.

Gegevens die Locatus zonder het schenden van de privacywet wel mag verzamelen, zijn voor ondernemers niet interessant genoeg om voor te betalen, denkt Nieland. Lubbers van Bureau RMC denkt daar anders over, zolang er maar geanonimiseerd wordt.